Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:3a:0:3

Algemene bepalingen

Onderdeel van CAR/UWO

Het afdelingshoofd wijst de ambtenaren of groepen van ambtenaren aan op wie de verplichting rust volgens rooster dan wel incidenteel piketdienst te verrichten. Het rooster voor de piketdienst dat voor een aangewezen ambtenaar of groep van ambtenaren zal gaan gelden, wordt, na overleg met die ambtenaar of groep van ambtenaren, vastgesteld door het afdelingshoofd. Dit nadat hij over dit rooster overleg heeft gepleegd met de medezeggenschapsorgaan van zijn afdeling/bedrijf en die commissie aan het rooster zijn instemming heeft gegeven. Bij de aanwijzing, als bedoeld in lid 1, wordt door het afdelingshoofd, rekening houdend met onder meer het al dan niet beschikbaar gesteld zijn van draadloze verbindingsapparatuur, vastgelegd voor wie een thuisgebonden beschikbaarheid zal gelden en voor wie een niet-thuisgebonden beschikbaarheid. Wanneer een wijziging optreedt in onder meer de beschikbaarheid van draadloze verbindingsapparatuur, neemt het afdelingshoofd ter zake van de aard van de gebondenheid een nieuw besluit. Degene die leiding geeft aan het piket waarin de betreffende ambtenaar of groep van ambtenaren functioneert, meldt de betreffende wijziging binnen één week aan het afdelingshoofd.

Rechtspraak bij dit artikel