Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Initiatief van kiesgerechtigden

Onderdeel van Referendumverordening 2006

1.. Kiesgerechtigden kunnen over een door de raad genomen besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum indienen. 2.. Dit inleidend verzoek moet binnen vier weken nadat de raad het besluit heeft genomen schriftelijk bij het college worden ingediend. 3.. In het verzoek wordt duidelijk aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. 4.. Het verzoek moet worden ondersteund door een aantal kiesgerechtigden dat in aantal minstens gelijk is aan 0,7% van het totale aantal kiesgerechtigden. 5.. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 6.. De in het vijfde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten. 7.. Na afloop van de in het tweede lid gestelde termijn onderzoekt het college binnen twee weken of het inleidend verzoek binnen de termijn is ingediend, of het verzoek door voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden wordt ondersteund en of het verzoek een onderwerp betreft als bedoeld in artikel 3. 8.. Indien het inleidend verzoek niet binnen de termijn is ingediend, of niet door voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden wordt ondersteund, of indien er sprake is van een onderwerp als bedoeld in artikel 3, verklaart het college het verzoek niet-ontvankelijk. 9.. Indien het inleidend verzoek binnen de termijn is ingediend, door voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden wordt ondersteund en geen sprake is van een onderwerp als bedoeld in artikel 3, beslist het college dat het inleidend verzoek aan de gestelde eisen voldoet. 10.. De beslissing op het inleidend verzoek wordt zo spoedig mogelijk op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel