1.. Ten behoeve van de waardebepaling en/of waardevaststelling van onroerende zaken worden de hierna in het tweede lid vermelde gemeenteambtenaren aangewezen als degenen jegens wie de verplichtingen gelden, die voortvloeien uit de bepalingen van:

a.. afdeling 2 van Hoofdstuk VIII van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, voor zover deze van toepassing zijn op de waardebepaling en/of waardevaststelling van onroerende zaken, of

b.. het Besluit gegevensverstrekking Wet waardering onroerende zaken.

2.. De in het eerste lid bedoelde gemeenteambtenaren zijn:

  • - de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;
  • - de gemeenteambtenaren belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, van de Gemeentewet;
  • - de werkvoorbereiders-A die werkzaam zijn bij de afdeling Middelen van de gemeente, team Financiën & Audits (unit Belastingen)
  • - de taxateurs aan wie door de het college van burgemeester en wethouders, dan wel door de heffingsambtenaar, ter uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, de waardering van die zaken is opgedragen