Bij de gegevens die bij de aanvraag verstrekt worden, wordt een onderscheid gemaakt tussen gegevens die een werkgever moet verstrekken en gegevens die een arbeidsgehandicapte moet verstrekken. De arbeidsgehandicapte dient de aanvraag voor werknemersvoorzieningen in, alle overige aanvragen gebeuren door de werkgever. In beide gevallen is bepaald dat bij de aanvraag de gegevens waaruit blijkt dat betrokkene arbeidsgehandicapte is, moeten worden overhandigd. Deze bepaling is opgenomen om enerzijds zeker te kunnen stellen dat de arbeidsgehandicapte instemt met de aanvraag en anderzijds omdat het recht op voorzieningen pas ontstaat als vaststaat dat sprake is van een arbeidshandicap. Bij de in artikel 6, eerste lid onder d, bedoelde gegevens kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aantal uren dat gewerkt gaat worden. Als de gemeente in beleidsregels vastlegt dat alleen subsidie wordt verstrekt voor dienstverbanden van bijvoorbeeld minimaal 8 uur per week, biedt dit artikel de grond waarop deze gegevens kunnen worden opgevraagd. Overigens kan voor het plaatsingsbudget geen enkele aanvullende voorwaarde gesteld worden.
Bovendien wordt in artikel 6 geregeld dat per type subsidie specifieke gegevens verstrekt moeten worden. Deze specifieke gegevens heeft de gemeente nodig om te kunnen beoordelen of de aanvrager voor subsidie in aanmerking komt, gelet op de bepalingen in de Wiw en het Buf, en om te hoogte van de subsidie te kunnen vast stellen.
Aangezien een loonkostensubsidie onderdeel kan uitmaken van een pakket op maat is in het tweede lid bepaald dat de werkgever een verklaring omtrent het bestaan en de hoogte van een loonkostensubsidie voor dezelfde arbeidsgehandicapte moet overhandigen. Op deze manier kan dubbele subsidiëring worden voorkomen.
De in het vierde lid gevraagde onderbouwing betreft een nadere toelichting van de arbeidsgehandicapte op de noodzaak van de aangevraagde werknemersvoorziening(en).
Artikelen 7 tot en met 11
Deze artikelen bevatten de voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Door het opnemen van deze voorwaarden in de verordening, worden de voorwaarden die de gemeente stelt aan de verschillende subsidievormen min of meer gelijk aan de voorwaarden van de twee andere instanties die belast zijn met de (re)integratie van arbeidsgehandicapten (Arbeidsvoorziening en het Lisv). Bij het opstellen van de voorwaarden is dan ook gekeken naar het Reïntegratie instrumentenbesluit Wet REA (Staatsblad 1998, 293). In dit Besluit worden nadere regels gesteld ten aanzien van de uitvoering van de Wet REA door het Lisv.
De voorwaarden vormen een aanvulling op de voorwaarden die in het Buf ten aanzien van de verschillende subsidievormen worden gesteld en gelden niet voor het plaatsingsbudget.