Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Spaarloon

Onderdeel van Levensloop- en spaarloonregeling

1. De medewerker kan vanuit de bezoldiging belastingvrij geld sparen. 2. Deelname aan de spaarloonregeling is uitsluitend mogelijk als de medewerker op 1 januari van het desbetreffende jaar in dienst is en de werkgever de loonheffingskorting sinds 1 januari van dat jaar toepast. 3. Het is niet mogelijk om in hetzelfde kalenderjaar zowel deel te nemen aan de spaarloon- als de levensloopregeling. 4. De maximale inleg is wettelijk vastgelegd en wordt kenbaar gemaakt via de belastingdienst. 5. De medewerker kan, gelet op het vorige lid, zelf de hoogte bepalen van zijn inleg. Dit totaalbedrag kan in maandelijkse of jaarlijkse termijnen worden ingehouden op de bezoldiging. 6. De werkgever heeft met Centraal Beheer Achmea een raamovereenkomst afgesloten. 7. De medewerker kan zelf kiezen bij welke van de in december 2009 gecontracteerde spaarloonaanbieders hij het spaarloon wil onderbrengen. Hij hoeft zich dus niet te beperken tot Centraal Beheer Achmea. Hij dient wel rekening te houden met het feit dat de werkgever met de twee andere spaarlooninstellingen geen collectieve afspraken maakt. 8. De inleg van het spaarloon wordt gestort op een spaarloonrekening van de gekozen spaarloonaanbieder dat op naam van de medewerker is geopend of rechtstreeks overgemaakt naar de lijfrente die de medewerker heeft afgesloten. De inleg kan jaarlijks worden gewijzigd. 9. De medewerker mag gedurende de wettelijk afgesproken spaartermijn niet over het spaargeld beschikken. Dit is anders als het geld wordt opgenomen voor een beperkt aantal toegestane bestedingsdoeleinden. Deze bestedingsdoeleinden zijn wettelijk vastgelegd en worden kenbaar gemaakt door de belastingdienst. 10. Voor het opnemen van spaarloon dat korter dan de wettelijke spaartermijn heeft uitgestaan, is goedkeuring van de werkgever vereist. 11. Wanneer het spaarloon wordt opgenomen binnen de wettelijke spaartermijn en niet wordt opgenomen voor een toegestaan bestedingsdoel, moet over het spaarloon loonbelasting worden betaald. 12. Het spaarloonreglement van de spaarloonaanbieder is van toepassing. Voor Centraal Beheer is dit het “Reglement voor de Centraal Beheer Achmea spaarloonregeling”. 13. Deelname aan de spaarloonregeling wordt beëindigd op schriftelijk verzoek van de medewerker, bij voorwaarden zoals gesteld in het vorige lid wordt voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel