**1.** De medewerker kan vanuit de bezoldiging sparen om in de toekomst een periode van (onbetaald) verlof te financieren.
**2.** De maximale inleg is wettelijk vastgelegd en wordt kenbaar gemaakt via de belastingdienst.
**3.** Het is niet mogelijk om in hetzelfde kalenderjaar zowel deel te nemen aan de spaarloon- als de levensloopregeling.
**4.** De medewerker kan, gelet op het 2e lid, zelf de hoogte bepalen van zijn inleg. Dit bedrag wordt in maandelijkse termijnen ingehouden op de bezoldiging.
**5.** De werkgever heeft met Centraal Beheer Achmea en Loyalis een raamovereenkomst afgesloten.
**6.** De medewerker kan zelf kiezen bij welke aanbieder hij de levensloop wil onderbrengen. Hij hoeft zich dus niet te beperken tot Centraal Beheer Achmea of Loyalis.
**7.** De inleg van de levensloop wordt gestort op de levenslooprekening van de gekozen levensloopaanbieder dat op naam van de medewerker is geopend.
**8.** Voor het opnemen van levensloop, is goedkeuring van de werkgever vereist
**9.** Het reglement van de levensloopaanbieder is van toepassing. Voor Centraal Beheer en Loyalis zijn dit het “Reglement van het Levensloop Totaalpakket van Centraal Beheer Achmea” respectievelijk ”Reglement van Loyalis Levensloop”.
**10.** Deelname aan de levensloopregeling wordt beëindigd op schriftelijk verzoek van de medewerker, bij beëindiging van het dienstverband tussen werkgever en medewerker of wanneer niet meer aan de voorwaarden zoals gesteld in het vorige lid wordt voldaan.
**11.** Voor medewerkers met FLO-overgangsrecht bestaat een aparte levensloopregeling: de gemeentelijke levensloopregeling FLO-overgangsrecht. Dit is opgenomen in hoofdstuk 9b van de CAR/UWO.
**12.** Op grond van artikel 6a:7 van de CAR/UWO heeft de medewerker, ongeacht of hij deelneemt aan de levensloopregeling, recht op een (levensloop)bijdrage. Deze bijdrage behoort tot het pensioengevend inkomen, maar er wordt geen vakantietoeslag, eindejaarsuitkering of andere toelagen over betaald.
**13.** Op grond van artikel 6a:7 van de CAR/UWO komen medewerkers die vallen onder het overgangsrecht FPU niet voor een levensloopbijdrage in aanmerking.
**14.** Op grond van artikel 6a:4 lid 2 van de CAR/UWO verklaart de medewerker bij indiensttreding schriftelijk aan het college als hij bij een vorige werkgever een levenslooptegoed heeft opgebouwd.