Het college kan, indien zij op basis van de onder artikel 2 genoemde toetsing constateert dat een nevenwerkzaamheid zich niet goed verdraagt met de ambtelijke functie:
een verbod opleggen op grond van artikel 15:1e, lid 3
nadere afspraken met de ambtenaar maken waardoor de mogelijkheid tot belangenverstrengeling of anderszins zich niet meer voordoet