Lid 1
De in artikel 8 onder c bedoelde overeenkomst van levensverzekering moet:
zijn aangegaan met een levensverzekeraar in de zin van de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf;
voldoen aan artikel 1 van de Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf;
zijn gesloten op het leven van de deelnemer of op zijn partner, dan wel op dat van de kinderen, waarvoor de deelnemer of zijn partner in gevolge de Algemene Kinderbijslagwet recht op kinderbijslag hadden op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan, of die zelf recht hadden op studiefinanciering ingevolge de Wet op de Studiefinanciering;
voorzien in een looptijd van ten minste vier jaren, voor zover het tijdstip van uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde.
In geval van opname inzake lijfrente dient de premie altijd door de deelnemer verschuldigd te zijn.
Lid 2
De polis moet onbezwaard deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer of van zijn levenspartner.