Lid 1
De in artikel 8 onder b bedoelde effecten moeten:
worden gekocht en verkocht door bemiddeling van de spaarinstelling van de deelnemer;
in bewaring worden gegeven bij of onder verantwoordelijkheid van de spaarinstelling.
Lid 2
Bij verkoop van effecten binnen de in artikel 7 genoemde termijn van vier volle kalenderjaren, wordt de opbrengst - tot ten hoogste het bij aankoop ten laste van de spaarloonrekening opgenomen bedrag - onverwijld op de spaarloonrekening teruggestort.
Lid 3
De effecten moeten onbezwaard deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer.