Lid 1
Het college stelt een vertrouwenspersoon aan. De vertrouwenspersoon dient over deskundigheid te beschikken op het gebied van hulpverlening, met name ten behoeve van slachtoffers van ongewenste omgangsvormen.
Lid 2
Het college stelt de vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn of haar taken naar behoren uit te voeren.
Hoofdstuk
Artikel 2
De vertrouwenspersoon
Onderdeel van Vertrouwenspersoon en klachtencommissie ongewenst gedrag