De vertrouwenspersoon heeft tot taak:
Het bieden van eerste opvang en emotionele ondersteuning en de klager bijstaan en van advies dienen;
de mogelijkheid van bemiddeling te onderzoeken en verder vorm te geven;
de klager op diens verzoek te ondersteunen en bij te staan en zo nodig te vertegenwoordigen in een klachtenprocedure;
voor zover nodig en gewenst, betrokkene te verwijzen naar gespecialiseerde hulpverleningsinstanties;
gaandeweg de klachtenbehandeling onderhouden van contact met de klager om te voorkomen dat het indienen van de klacht leidt tot repercussies voor de klager en om te bezien of, nadat de klacht is afgehandeld, de aanleiding van de klacht daadwerkelijk is weggenomen;
het geven van nazorg opdat wordt voorkomen dat de klager wordt aangesproken op het feit dat een klacht aanhangig is gemaakt;
het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college over een beleid inzake voorkoming van ongewenste gedrag in het algemeen dan wel het bevorderen van gewenste gedrag.
Hoofdstuk
Artikel 3
Taken van de vertrouwenspersoon
Onderdeel van Vertrouwenspersoon en klachtencommissie ongewenst gedrag