1. In het kader van de cliëntenparticipatie vraagt het college de
cliëntenadviesraad om advies. De cliëntenadviesraad is ook gerechtigd om uit
eigen beweging advies uit te brengen aan het college.
2. Het college vraagt de cliëntenadviesraad in ieder geval advies
betreffende het gemeentelijke beleid over de uitvoering van de Wet werk en
bijstand en de Wet investeren in jongeren.
3. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het uitgebrachte
advies toegevoegd kan worden aan de Gemeenteraad ter beschikking te stellen
stukken.
4. Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de
aanbieding van het advies overleg plaats tussen de eerst betrokken wethouder
en de voorzitter van de cliëntenadviesraad.
5. Tussen de wethouder Sociale Zaken, bijgestaan door de afdelingsmanager
Werk, Inkomen en Zorg en de voorzitter van de cliëntenadviesraad vindt,
minstens twee maal per jaar, overleg plaats.
Het college draagt er zorg voor dat van de zijde van de gemeente aan de
cliëntenadviesraad de nodige informatie tijdig wordt verstrekt voor het naar
behoren kunnen functioneren van de cliëntenadviesraad. Het betreft hier alle
informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en
ontwikkelingen te kunnen volgen.