1. Het lidmaatschap eindigt tevens als er tegen (verdere) deelname door een
persoon ernstige bezwaren bestaan.
2. Indien zich omstandigheden als bedoeld in het eerste lid voordoen, dan
wordt de beslissing tot beëindiging van het lidmaatschap van de cliëntenraad
genomen door het college van Burgemeester en wethouders.
3. Binnen twee weken, nadat het college heeft besloten de persoon als
bedoeld in het eerste lid van verdere deelname aan de cliëntenraad uit te
sluiten, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk en gemotiveerd in
kennis gesteld.
4. De in het eerste lid bedoelde beslissing is een beschikking in de zin van
artikel 1:3 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.