Ingevolge artikel 36, eerste lid, van de wet verleent het college op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon:
van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar;
die langdurig een laag inkomen heeft;
geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet; en
geen uitzicht heeft of inkomensverbetering.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die gedurende de referteperiode een inkomen heeft ontvangen welke hoger was dan 100 procent van de WWB-norm danwel de van toepassing zijnde norm van de inkomensvoorziening van de WIJ.