De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor gehuwden € 486,00;
voor een alleenstaande ouder € 436,00; en
voor een alleenstaande € 341,00.
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 13, eerste lid van de wet en artikel 42 van de WIJ, komt de rechthebbende echtgenoot in
aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daaraan voorafgaande jaar.