Indien de belanghebbende blijk heeft gegeven van een tekortschietend
besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan,
dan wel in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag of nadien
onvoldoende heeft meegewerkt aan het verkrijgen of behouden van
arbeid in dienstbetrekking, de inlichtingen- en
medewerkingverplichting als bedoeld in artikel 17 van de wet niet of
onvoldoende is nagekomen dan wel de verplichting als bedoeld in de
artikelen 28, tweede lid en 29, eerste lid van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (wet SUWI) niet binnen de
door het CWI daarvoor gestelde termijn is nagekomen of zich
tegenover het college zeer ernstig heeft misdragen, wordt in
overeenstemming met deze verordening een maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
omstandigheden waarin hij verkeert.