In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet;
  • - Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
  • - Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22maart 1994, Stb. 244;
  • - Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
  • - Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Stb. 144;
  • - Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
  • - raadslid: lid van de gemeenteraad;
  • - duoraadslid: lid van een raadscommissie, niet zijnde een raadslid, wiens naam voorkomt op de kandidatenlijst van een groepering in het proces-verbaal van het hoofdstembureau tot het vaststellen van de uitkomst en bekendmaking van de stemming voor de verkiezing van leden van de raad van de gemeente Amsterdam;
  • - verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6 oktober 1989, Stb.424;
  • - griffier: de raadsgriffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
  • - presidium: het presidium van de gemeenteraad van Amsterdam
  • - fractie: een in de raad vertegenwoordigd zijnde groepering;
  • - fractievoorzitter: de voorzitter van een fractie.