1. 1. De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt:a. 20 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft;b. 10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft.
  2. 2. In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgo teld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bèdraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden.