Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Ruimtelijk kwaliteitsbeleid in de gemeente Urk

Onderdeel van Welstandsnota 2004

In het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van de gemeente is het welstandstoezicht het ‘vangnet’. De hoogte van het vangnet hangt echter nauw samen met het ruimtelijke kwaliteitsbeleid dat de gemeente voert. Het proces van het opstellen van een welstandsnota begint dan ook met een inventarisatie van het lokale ruimtelijke kwaliteitsbeleid en een analyse van de consequenties daarvan voor het welstandsbeleid.<vet>Welstandstoezicht op Urk, de huidige situatie </vet>De gemeente Urk voert reeds lange tijd welstandstoezicht uit. Tot 1987 door het Oversticht en daarna door een gemeentelijke Welstandscommissie. Vanwege de invoering van de Woningwet 1991 heeft de gemeente Urk welstandsbeleid geformuleerd. Dit is vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan Urk uit 1992 en de welstandsnota ‘Kwaliteit met beleid’, vastgesteld door de Gemeenteraad op 24 februari 1994. Daarnaast voert de gemeente specifiek beleid met betrekking tot de visuele kwaliteit van de gebouwde omgeving. Van deze mogelijkheid wordt vooral de laatste jaren gebruik gemaakt, in de vorm van beeldkwaliteitplannen. Burgemeester en Wethouders laten zich bij de afgifte van bouwvergunningen adviseren door een adviescommissie die bestaat uit onafhankelijke deskundigen, de Welstandscommissie voor Urk. Om de twee weken houdt deze commissie een openbare zitting. Planindieners en ontwerpers kunnen desgewenst een toelichting geven op het plan. Alle bouwvergunningplichtige plannen worden in de commissie behandeld.<vet>Ruimtelijk beleid </vet>De gewenste ruimtelijke Ontwikkeling kan in deze nota worden vastgelegd. In sommige delen van de gemeente wordt een actief ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevoerd waarbij instrumenten als een beeldkwaliteitplan worden ingezet. Het eerste was het beeldkwaliteitplan voor de dorpskom en het laatste het beeldkwaliteitplan voor de Polderwijk. Momenteel vigeren er in de gemeente 74 bestemmingsplannen waarvan er 51 ouder zijn dun 10 jaar. Het oudste geldende plan stamt uit 1974. De planvormen lopen uiteen, de laatste jaren is er een streven naar uniformiteit. Momenteel is de gemeente bezig met een inhaalslag voor mat betreft de actualisatie van de bestemmingsplannen. Bij de inhaalslag streeft men naar standaardisatie van het proces en inhoud. Het gaat bij de actualisatie primair om een bouwtitel en een gebruiksregeling. In de toelichting worden beleidsuitgangspunten zoals een stedenbouwkundige paragraaf of een kwaliteitsparagraaf (en eventueel een verwijzing naar het welstandsbeleid opgenomen. De Welstandscommissie wordt hierbij om advies gevraagd. Stedenbouwkundige plannen worden intern gemaakt of uitbesteed. Zij hebben vooral een globaal toetsende en strategische functie. -let stedenbouwkundige plan legt het ambitieniveau neer voor de welstand. Er wordt gestreefd in een aantal steekwoorden het toetsingskader te definiëren. Bij het opstellen van de stedenbouwkundige plannen wordt de Welstandscommissie om advies gevraagd.<vet>Monumentenbeleid </vet>De gemeente Urk heeft dertig rijksmonumenten[4] en voert een actief monumentenbeleid. Stedelijke vernieuwing. herstel of behoud van het cultureel historisch erfgoed heeft prioriteit. Naast het recentelijk afgeronde “aktieplan dorpsvernieuwing” zijn inspanningen gedaan die geresulteerd hebben in het Beeldkwaliteitsplan Urk (1992), de Welstandsnota (1994), MIP/MSP Monumenten Inventarisatie en Selectie Project (1980-1998), het bestemmingsplan Kom Urk, 1e algehele herziening (1998) en als laatste inspanning het aanwijzingsvoorstel Urk als beschermd dorpsgezicht. Al deze instrumenten stellen hoge eisen aan de legt- en omgevingskwaliteit ven het oude dorp. Verwacht wordt dat begin 2006 het voormalige eiland wordt aangewezen als een beschermd gebied in de zin van de Monumentenwet 1988. Behalve het rijkmonumentencomplex ‘gemaal Vissering’ zijn alle monumenten gesitueerd binnen het te beschermen gebied. In het bestemmingsplan Kom Urk, 1e algehele herziening, is rekening gehouden met de aanwijzing als te beschermen gebied.Ook is er aandacht voor het archeologisch erfgoed in de grond. Uitgangspunt is dat de bodemschatten in de grond worden bewaard, Is dit niet mogelijk vanwege gewenste bebouwing dan dient met de aanwezige bodemschatten zorgvuldig te worden omgegaan. Een nieuwe archeologische basiskaart, waarop de vermoedelijk vindplaatsen van bodemmateriaal zijn aangegeven, is in voorbereiding en resulteert in een archeologische beleidskaart.Voor monumenten, beeldbepalende panden en woningen gelegen binnen het te beschermen gebied zijn subsidiefaciliteiten beschikbaar. Doordat in het oude gedeelte van Urk hogere eisen worden gesteld aan de leef- en omgevingskwaliteit zijn de bouwkosten hier ook hoger. Door het beschikbaar stellen van subsidiefaciliteiten wordt niet alleen tegemoet gekomen aan de hogere bouwkosten maar is bovendien een extra instrumentarium voorhanden om de leef- en omgevingskwaliteit te waarborgen. Aan deze geldelijke steun worden voorwaarden verbonden. Naast gemeentelijke subsidiefaciliteiten kennen ook de provincie Flevoland en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg regelingen op het gebied van geldelijke steun.De gemeente Urk heeft een eigen Monumentencommissie De commissie ineen onafhankelijk adviesorgaan, dat gevraagd en ongevraagd adviseert. Belangrijk onderdeel in de vergaderingen is de planbeoordeling voor wijzigingen aan rijks- en gemeentelijke monumenten. De Monumentencommissie adviseert verder over allerlei beleidszaken met betrekking tot de gemeentelijke monumentenzorg. Ook is voor de commissie een belangrijke taak weggelegd in het selecteren en beoordelen van potentiële panden voor de gemeentelijke monumentenlijst. Overwogen wordt of in de toekomst een geïntegreerde welstand- en monumentencommissie kan worden ingesteld, zodat tot een integraal ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt gekomen. Vanuit de monumentenzorg wordt het wenselijk geacht dat het monumentenbeleid (inclusief archeologie. cultuurhistorie, historische geografie, stedenbouw en landschapskunde) integraal onderdeel wordt van het toekomstige welstandsbeleid.Naast het bestaande monumentenbeleid zijn een aantal nota´s in ontwikkeling of reeds in voorbereiding. zoals een monumentenbeleidsnota, een gemeentelijke monumentenlijst en een archeologische beleidskaart.<vet>Openbare ruimte </vet>Het opstellen van inrichtingsplannen, de uitvoeringen beheer van de openbare ruimte geschieden grotendeels in eigen beheer. Bij reconstructies en andere herinrichtingen wordt rekening gehouden met de huidige eisen die er aan de openbare ruimte worden gesteld. Er wordt een integrale aanpak nagestreefd. Te denken valt aan de inrichting van de 30 km/uur gebieden. Weg, riool, openbare voorzieningen en groen worden in samenhang aangepakt zodat een gebied, na herinrichting, volledig aan de huidige eisen voldoet.Voor de wegen wordt de categorisering gehanteerd zoals die door de Gemeenteraad is vastgesteld. Hierin worden hoofdontsluitingswegen onderscheiden zoals o.a. de Singel - Staartweg en Toppad - Vlaak (50 km/sur) en wijkontsluitingswegen zoals Lange Dam (30 km/uur) Genoemde wegen onderscheiden zich door de rode fietsstroken aan weerszijden. Deze zijn wel te berijden voor autoverkeer als de verkeerssituatie dit toelaat. De inrichting van de wegen is zodanig dat er moeilijk harder gereden kan worden dan de toegestane snelheid. Dit door gebruikt te maken van asverspringingen, versmallingen en drempels of zogenaamde “punaises”. Het gewenste onderhoudsniveau staat beschreven in het wegenbeheerplan. Hieruit vloeit ieder jaar een lijst voort met wegen die ie aanmerking komen voor herstraten/herinrichten. Voor het onderhoud van de riolering wordt gebruik gemaakt van een rioolbeheerplan. Jaarlijkse inspecties worden gedaan en bepaald wordt of rioolstrengen vervangen moeten worden. Hierin wordt de koppeling gemaakt met het bovenliggende wegdek.De openbare verlichting moet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, iedere categorie weg vraagt zijn eigen hoeveelheid licht. Om dit te bereiken staan er diverse typen mesten en worden verschillende soorten armaturen toegepast. Een beheerplan is in ontwikkeling.Tot de openbare ruimte behoren tevens de plantsoenen. Deze zijn beschreven in het groenstructuurplan. Er zijn drie structuren:<vet>Hoofdgroenstructuur </vet>Onder de hoofdgroenstructuur wordt verstaan het groen wat langs de hoofdontsluitingswegen is gelegen. Deze wegen worden gekenmerkt door een dubbele bomenrij. Het groen in de oude dorpskom, de park- gebieden en het bos behoren eveneens tot de hoofdgroenstructuur. Voor de oude dorpskom moet een beleid worden ontwikkeld dat refereert aan de van oorsprong groene traditie.<vet>Wijkgroenstructuur </vet>De wijkgroenstructuur is gelegen langs de wijkontsluitingswegen. Kenmerkend ineen enkele bomenrij. Tevens behoort al het groen langs de waterpartijen en de grotere plantsoenen tot de wijkgroenstructuur.<vet>Buurtgroenstructuur </vet>Al het overige groen in de woonstraten behoort tot de buurtgroenstructuur. Van opgaande beplanting wordt overgegaan naar een bodembedekkende beplanting. Dit is onderhoudsarmer en sociaal vriendelijker. Met de herinrichting van een wijk worden de plantsoenrenovaties integraal meegenomen. Het onderhoudsniveau is beschreven in een groenbeheerplan. Er is een nota snippergroen waarin de mogelijkheid geboden wordt om incidenteel een stukje groen uit te geven (verkopen( als de ligging dit toe laat.).Hiernaast zijn er ruim veertig speelterreinen, drie begraafplaatsen en een sportcomplex. Deze vragen elk om een andere vorm van beleving en kwaliteit van groen.<vet>Landschap </vet>In het buitengebied wordt geen ruimtelijk kwaliteitsbeleid gevoerd. Wel zijn enkele ontwikkelingen aan te wijzen die de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied bedreigen en daarom van belang zijn voor het opstellen van welstandsbeleid. Het gaat dan om de grootschalige uitbreidingen van woonwijken en bedrijvenlocaties zonder compenserende maatregelen en zonder aandacht voor inpassing in het landschap. Steeds vaker moeten naast of in de plaats van de landbouw ook nieuwe functies een plaats krijgen. Recreatief medegebruik legt extra druk op het buitengebied. Het wordt vanuit de gemeente dan ook zeer noodzakelijk geacht dat de cultuurhistorische aspecten een rol spelen bij de welstandsbeoordeling van ingrepen in het buitengebied. Tot nu toe beperkt de advisering van de Welstandscommissie zich hoofdzakelijk tot de detaillering van de gebouwen en het gebouw als zodanig. De advisering moet zich uitbreiden naar de structuur van het landschap.<vet>Aansluiting tussen welstandsnota en andere beleidsdocumenten</vet>Omdat Urk het ruimtelijk kwaliteitsbeleid vanuit verschillende invalshoeken wil intensiveren is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. Van elk instrument moet duidelijk zijn wat de reikwijdte is verweven met andere beleidsinstrumenten. In het kader van deze welstandsnot is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder weer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Datgene dat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan door welstandscriteria niet worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies richt zich op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zon geval de welstandsnota daarvoor de argumentatie leveren, in de welstandsnota wordt verwezen naar welstandscriteria die zijn opgenomen in andere beleidsdocumenten. Dergelijke documenten maken daardoor deel uit van de welstandsnota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde eisen als voor de welstandsnota: vaststelling in de vorm van beleidsregels door de Gemeenteraad, inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening en welstandscriteria die ‘zo veel mogelijk’ zijn toegespitst op het individuele bouwwerk en de specifieke aspecten van het bouwwerk in de omgeving. In het geval van een beeldkwaliteitplan moet zorgvuldig worden nagegaan of dit wordt gebruikt in het kader van de bestemmingsplantoetsing of in het kader van het welstandstoezicht.

Rechtspraak bij dit artikel