Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

De gemeenteraad stelt het welstandsbeleidsplan vast

Onderdeel van Welstandsnota 2004

Met de gewijzigde Woningwet is een gemeentelijke welstandsnota een voorwaarde voor het uitvoeren van welstandsnota een voorwaarde voor het uitvoeren van welstandstoezicht. Na vaststelling van de welstandsnota door de Gemeenteraad kan de welstandsbeoordeling alleen nog maar worden gebaseerd op de criteria die in de welstandsnota zijn genoemd. De criteria in de welstandsnota moeten zo concreet mogelijk worden toegespitst op het individuele bouwwerk en specifieke aspecten van het bouwwerk in de omgeving. Nieuw is dat de welstandscriteria niet langer algemeen bindend zijn (omdat ze niet meer zijn opgenomen in de bouwverordening) maar een stelsel van beleidsregels vormen waarbinnen Burgemeester en Wethouders het welstandstoezicht moeten uitvoeren. Dit geeft onder meer de mogelijkheid om de welstandscriteria per gebied op maat te snijden. Het blijft bij het welstandstoezicht gaan om redelijke eisen van welstand, maar de vraag wat precies ‘redelijk’ is wordt per gebied ingevuld. Na vaststelling van de welstandsnota wordt de werking ervan periodiek geëvalueerd. De Welstandscommissie legt de Gemeenteraad een jaarverslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden, in het verslag wordt tenminste uiteengezet op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria[5]. Naar aanleiding van de evaluatie kan de Gemeenteraad overgaan tot aanpassing van de welstandsnota, Voor dergelijke aanpassingen is de gemeentelijke inspraakverordening van kracht. Na vaststelling van de welstandsnota is de Gemeenteraad bevoegd tussentijds aanvullingen op de welstandsnota vast te stellen. Dit is vooral het geval bij de grotere nieuwe projecten waarvoor de welstandscriteria voortaan in het kader van de stedenbouw kundige planvoorbereiding worden opgesteld. Voor dergelijke aanvullingen geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding (zie paragraaf 2.5).

Rechtspraak bij dit artikel