Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Plan Noord

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Bebouwing en omgeving</vet>Plan Noord is de eerste serie planmatige woningbouw gelegen ten noorden van het voormalig eiland Urk. De westkant van het gebied wordt begrensd door de Westermeerdijk, terwijl de noord- en oostkant zijn begrensd door bos en waterpartijen. De wijk heeft een zelfstandige structuur die niet gerelateerd is aan de norm van hel voormalige eiland. Het plan kenmerkt zich door een eenvoudig patroon van rechte straten met en symmetrisch straatprofiel. De wijk is ontworpen op het toenmalige verkeer met voetpaden (trottoirs) langs de rijbanen. De straten zijn opgebouwd uit rijenwoningen incidenteel afgewisseld door twee-onder-één-kap of vrijstaande woningen. Groen komt in de wijk weinig voor Kenmerkend is dat enkele rijenwoningen slechts aan één zijde van de straat een tuin hebben. De erfafscheidingen aan de voor- en eventueel zijtuin zijn eenvoudig van aard. In het centrum van het plan is een winkelcentrum met openbare gebouwen gesitueerd rond een plein met een publieksfunctie.<vet>Bebouwing op zich</vet>Binnen de wijk komen voornamelijk woningen met twee bouwlagen voor. De rijenwoningen zijn voorzien van langskappen. Alle hoofdbebouwing op de openbare ruimte georiënteerd. De architectuur binnen de wijk kenmerkt zich duur traditionele materialen en relatief kleine gevelopeningen metselwerk. Door de eenvoudige hoofdmassa en de eenheid in kapvorm is er sprake van een rustig bebouwingsbeeld. De balans in de bouwblokken uit zich in de regelmaat van de gevels die wordt ondersteund duur schoorstenen op het dak. De indeling van de gevels is duidelijk herkenbaar. De kappen van de woningen geven door de gelijkvormigheid de zijstraten een karakteristiek beeld. Typerend voor de architectuur is de horizontale massaopbouw. Aanbouwen aan achtergevels voegen zich eenvoudig binnen de hoofdkarakteristiek in de wijk Dakkapellen en dakopbouwen bevinden zich hoofdzakelijk in het achterdakvlak. De architectuur en uitstraling van de verschillende woningen zijn nagenoeg gelijk. Hoekwoningen met meerdere gevels aan een straat hebben geen meerzijdige oriëntatie, waar- duur het bebouwingsbeeld wordt verstoord.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>De samenhang in het straatbeeld ontstaat door eenvoudig materiaal- en kleurgebruik. Bakstenen en dakpannen in een overwegend roodbruine kleur zijn de meest gebruikte materialen.<vet>Criteria</vet>|De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•Het stedenbouwkundig patroon dient herkenbaar te blijven zowel naar straatruimte, groenstructuur en de aansluiting daarop. •De bebouwing dient gericht te zijn op de Openbare ruimte. •Veranderingen mogen de regel- matige opbouw van de bouwblokken roet versturen.Bebouwing op zich•Uitgangspunt is de oorspronkelijke gevelindeling. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •Op- en aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofd- massa. •Dakkapellen aan de voorzijde verstoren het straatbeeld.Materiaal, detaillering en kleur•Bakstenen en dakpannen dienen in een overwegend roodbruine kleur te worden toegepast. •Het kleurgebruik dient sober en ingetogen te zijn en te passen bij de oorspronkelijke architectuur. •Bij aanpassingen aan bestaande bouwwerken is het bestaande kleur- en materiaalgebruik uitgangspunt, tenzij er een aanzet is gegeven tot wijziging hiervan. •Horizontale bouwdelen zoals goten dienen qua detaillering en kleurstelling op elkaar te worden afgestemd. •Erfafscheidingen dienen zo veel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.

Rechtspraak bij dit artikel