Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Tuindorp

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Bebouwing en omgeving</vet>Het Tuindorp ligt op de overgang van het hoge naar het lage deel van het eiland. Aan de noordoostzijde vormt een waterpartij de afscheiding tussen het Tuindorp en latere uitbreidingsgebieden. Structuur en kwaliteit zijn vastgelegd in een beeldkwatiteitplan. Hoewel het Tuindorp goed aansluit op het oude deel van Urk is het gebied planmatig van opzet. De schaal en de bouw van de individuele woonhuizen in het westelijk deel van het Tuindorp sluiten aan op het karakter van de oude kern. Door de planmatige opzet met gesloten binnenterreinen en veel groen is dit een herkenbaar eigen gebied. De voortuinen geven het Tuindorp een groener karakter dan de oude dorpskern. In het gebied zijn een aantal op zich zelfstaande winkels, twee kerken en een “medisch centrum” gesitueerd.<vet>Bebouwing op zich</vet>De bebouwing van het Tuindorp dateert uit de periode 1930-1955. De opzet is meer planmatig en het verschijnsel voor- en achtertuin komt vaker voor. In het westen zijn de woningen nog individueel gebouwd en herkenbaar aan een grote diversiteit in decoratieve elementen. Specifieke kenmerken van de woningen in dit deel van de wijk zijn de portieken en de gebroken kappen met dakoverstekken. Door toepassing van deze kapvorm wordt meer leefruimte op de verdieping gecreëerd Na de Tweede Wereldoorlog zijn de zogenaamde ‘dashuizen’ gebouwd. Deze woningen zijn planmatig van opzet en voorzien van langskappen. De dakvlakken van woningen zijn vrij steil. Trapeziumvormige en ronde kapvormen zijn niet karakteristiek voor de Urker bouwstijl.<vet>Materiaal, detaillering en kleur </vet>De architectuur van de bebouwing is overwegend eenvoudig en sober van karakter. De detaillering van de individuele huizen is decoratief van aard. De detaillering van de planmatige uitbreidingen is eenvoudiger van opzet en meestal functioneel. Gedekt schilderwerk voor houtwerk is algemeen toegepast. Later is ook lakmerk geïntroduceerd als verwijzing naar het lakwerk van de vissersschepen. Hoofdzaketijk zijn traditionele materialen gebruikt. Het metselverband van de steens voorgevel is uitgevoerd in kruisverband. De halfsteense top- en zijgevels zijn uitgevoerd in halfsteensverband met soms de toepassing van decoratief metselwerk. Woningen met spouwmuren hebben verschillende halfsteensmetselverbanden. Het metselwerk is meestal uitgevoerd in roodbruine baksteen. De dakbedekking bestaat veelal uit gebakken rode Hollandse pannen. Op het type woningen met een gebroken kap zijn veelal vlakke pannen, bijvoorbeeld type ‘TuiIle du Nord’ toegepast.<vet>Criteria</vet>De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•De richting van de kappen, dwars op de straat, kenmerkt de op zich zelf staande bebouwing. •De groene omgeving rond de waterpartijen dient to worden gehandhaafd. •De voortuinen dragen bij aan het groene karakter van het Tuindorp. <vet>Bebouwing op zich</vet>|•Het individuele karakter van de huizen, versterkt duurde aanpalende steegjes, moet worden gerespecteerd. •Uitgangspunt is het behouden en versterken van de diversiteit van de onderlinge panden. •Voor nieuwe ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij het bestaande (historische) beeld. •De oorspronkelijke kapvorm is uitgangspunt voor ontwerp, trapeziumvormige en ronde kapvormen zijn niet karakteristiek voor de Urker bouwstijl. •De karakteristieken van hel gebied en van de overige beschreven elementen in het Beeldkwaliteitplan Urk 2004 zijn uitgangspunt voor beoordeling. •Aan- en bijgebouwen dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw in goot- en nokhoogte. •Dakkapellen dienen in het dakvlak te staan, kleinschalig te zijn en bij voorkeur plat afgedekt. •Portieken dienen te worden gehandhaafd. •Vrijstaande bergingen dienen plat te worden afgedekt of worden voorzien een lessenaarsdak. •Erfafscheidingen dienen te passen bij het karakter van de groene omgeving.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>•Het behoud van massa, vorm, korrelgrootte, de oorspronkelijke gevelindeling en do detaillering is uitgangspunt. •Het gebruik van traditionele materialen qua vorm, kleur en afwerking is uitgangspunt. Kunststof, trespa, aluminium, betonstenen, beton- en geglazuurde dakpannen, gevelpannen, (geglazuurde) raamdorpelstenen en andere moderne materialen zijn niet toegestaan. •Het individuele karakter van panden is uitgangspunt voor detaillering en kleur- en materiaalgebruik. •Detaillering, kleur- en materiaalgebruik moet passen bij de architectuur van het betreffende pand de omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel