Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.5

Top

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Bebouwing en omgeving</vet>Plan Top kent zijn ontstaansgeschiedenis in de jaren ‘70 van de vorige eeuw. Het gebied is gelegen op het lage gedeelte van het voormalig eiland. Het plan wordt begrensd door De Noord, Pyramideweg en De Akkers inclusief het Voorland. In de omringende groenxtructuur tango.Noord en de Pyramideweg staat replica van de oude zeewering. Hier komt ook het hoogteverschil tussen eiland en zeebodem tot uiting. Het binnen het gebied gelegen Hooiland apart beachreven. De wijk kenmerkt zich door een grote diversiteit in bebouwing in één en twee bouwlagen. Hierdoor ontbreekt een duidelijke samenhang in de wijk. Dit komt ondermeer tot uitdrukking in een afwijkend stratenpatroon. Kenmerkend zijn de doorgaande wegen. De groenstructuur duidelijk herkenbaar en geeft rust diversiteit van de bebouwing. De erfafscheidiegen aan de voor- en eventueel zijtain zijn eenvoudig van aard. Verspreid in de wijk zijn diverse openbare voorzieningen aanwezig.<vet>Bebouwing op zich </vet>Binnen het gebied zijn verschillende woonmilieus en architectuurvormen onderscheiden. De verschillende woonwilieus zijn te herkennen aan vorm van de bebouwing. De samenhang van de bebouwing is hierbij belangrijk. De indeling van de gavels duidelijk herkenbaar. De gavels daken hebben een horizontaal karakter wat voornamelijk tot uitdrukking komt in de doorlopende gootlijn. Dakkapellen en dakopbouwen bevinden zich in het achterdakvlak. Aanbouwen aan achtergevels voegen zich eenvoudig binnen de hoofdkarakteristiek in de wijk. Hoekwoningen met meerdere gevels aan een straat hebben meestal geen meerzijdige oriëntatie, waardoor het bebouwingsbeeld wordt verstoord.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>Er is een grote variatie in architectonische vormgeving aanwezig. De architectuur is overwegend ingetogen en sober van opzet, Het materiaal- en kleurgebruik verschilt per woonmilieu en is daardoor bepalend. De eigen identiteit speelt daarbij voor de herkenbaarheid een grote rol. Kleur- materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend.<vet>Criteria</vet>Voor het ontwerp en toetsing gelden de volgende uitgangspunten;<vet>Bebouwing en omgeving</vet>•Voor de situering van de bebouwingsmassa dient rekening te worden gehouden met de stedenbouwkundige structuur. •Er moet extra aandacht worden besteed aan de overgang van de woonmilieus naar de openbare ruimte. •De samenhang in woonmilieus dient behouden te blijven. •De bebouwing moet georiënteerd zijn naar de openbare weg. Bij hoeksituaties is oriëntatie naar twee zijden uitgangspunt.<vet>Bebouwing op zich</vet>•De huidige hoofdvorm is maatgevend voor de architectonische eenheid. •Uitgangspunt is dat aanpassingen voor alle woningen van de afzonderlijke woonmilieus op dezelfde wijze worden uitgevoerd. •Extra ramen in de kopgevel zijn toegestaan voor zover deze overeenstemming zijn met de karakteristiek van het bourwverk. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •De dakviakken dienen als één geheel herkenbaar te blijven. •Dakkapellen aan de voorzijde verstoren het straatbeeld. •Op- en aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofd- massa.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>•Het kleurgebruik dient sober ingetogen te zijn en te passen de oorspronkelijke architectuur, tenzij er een aanzet is gegeven tot wijziging hiervan. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke ontwerp. •Horizontale bouwdelen zoals goten dienen qua detaillering kleurstelling op elkaar te worden afgestemd. •Erfafscheidingen dienen zoveel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.

Rechtspraak bij dit artikel