<vet>Bebouwing en omgeving</vet>Plan De Reede/Urkerweg kent zijn ontstaansgeschiedenis vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw. De laatste woningen zijn opgeleverd begin jaren ‘80. De Reede/Urkerweg is een gebied omstoten door de Pyramideweg, Urkerweg, Toppad, Rotholm en Zuiderhoofd. In de wijk is een grote diversiteit in bebouwing. Rijen- en twee-onder-den-kap woningen zijn afwisselend in de wijk te vinden. Een zelfstandig woonmilieu vormen de seniorenwoningen aan de Nieuwe Klif die zijn uitgevoerd in één bouwlaag. De wijk kenmerkt zich door een grote diversiteit in bebouwing. Hierdoor ontbreekt een duidelijke samenhang. De groen- structuur van de wijk is duidelijk herkenbaar.<vet>Bebouwing op zich</vet>Binnen het gebied zijn verschillende woonmilieus en architectuurvormen te onderscheiden. De verschillende woonmilieus zijn te herkennen aan de vorm van de bebouwing. De indeling van de gevels is duidelijk herkenbaar. De complexwaarde is van belang, waarbij de gevelopbouw, dakvorm e.d. zorgen voor de samenhang. De gevels en de daken hebben een horizontaal karakter wat voornamelijk tot uitdrukking komt in de doorlopende gootlijn. Dakkapellen en dakopbouwen bevinden zich in het achterdakvlak. Aanbouwen aan achtergevels voegen zich eenvoudig binnen de hoofdkarakteristiek in de wijk. Hoekwoningen met meerdere gevels aan een straat hebben meestal geen meerzijdige oriëntatie, waardoor het bebouwingsbeeld wordt verstoord.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>Er is een grote variatie in architectonische vormgeving aanwezig. De architectuur is overwegend ingetogen en sober van opzet. Het materiaal- en kleurgebruik verschilt per woonmilieu en is daardoor bepalend. De eigen identiteit speelt daarbij voor de herkenbaarheid een grote rol. Kleur- materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend.<vet>Criteria</vet>De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:<vet>Bebouwing en omgeving</vet>•Voor de situering van de bebouwingsmassa dient rekening te worden gehouden met de steden- bouwkundige structuur. •De bebouwing dient zich te oriënteren naar de Openbare weg. •Indien er sprake is van een hoeksituatie dient er dan ook naar twee zijden georiënteerd te worden. •Er moet extra aandacht worden besteed aan de overgang van de woonmilieus naar de openbare ruimte. •De samenhang in woonmilieu dient behouden te blijven.<vet>Bebouwing op zich</vet>•De huidige hoofdvorm is maatgevend voor de architectonische eenheid. •Uitgangspunt is dat aanpassingen voor alle woningen van de afzonderlijke woonmilieus op dezelfde wijze worden uitgevoerd. •Extra ramen in de kopgevel zijn toegestaan voor zover deze in overeenstemming zijn met de karakteristiek van het bouwwerk. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •De dakvlakken dienen als één geheel herkenbaar te blijven. •Dakkapellen aan de voorzijde verstoren het straatbeeld. •Op- en aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. <vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>•Het kleurgebruik dient sober ex ingetogen te zijn en te passen bij de oorspronkelijke architectuur, tenzij er een aanzet is gegeven tot wijziging hiervan. •Bij aanpassingen is het bestaande kleur- en materiaalgebruik uitgangspunt. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke ontwerp. •Horizontale bouwdelen zoals goten dienen qua detaillering en kleurstelling op elkaar te worden afgestemd. •Erfafscheidingen dienen zo veel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.