Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.13

Reclames

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Omschrijving en uitgangspuntenAlgemeen</vet>Reclame bestaat al zolang mensen economisch actief zijn. Wat permanent verandert is de vormgeving en de presentatie ervan. Bij de tijd zijn is een vorm van overleven. Wat vandaag nog moderne reclame is, is morgen misschien al hopeloos verouderd. Oude reclamespotjes wekken soms alleen nog maar de lachlust op. Reclames vragen vanuit hun doelstelling aandacht en bepalen daardoor in hoge mate de belevingswaarde van het visuele milieu. Ze kan een positieve uitstraling hebben wanneer de plaatsing en vormgeving deel uitmaken van een doordacht concept. Is dit niet het geval, dan wordt het snel als storend ervaren en is het contraproductief. Bijvoorbeeld opschriften uitgevoerd in losse letters zijn over het algemeen minder storend in de gebouwde omgeving dan bijvoorbeeld borden met dezelfde tekst. Met andere woorden, ze leveren een positieve bijdrage aan de architectuur van gebouw en gevelwand. Een bekend verschijnsel is de welhaast natuurlijke behoefte aan steeds meer reclames, die elkaar dan ook nog moeten overtreffen in attentiewaarde. Dit proces gaat de oorspronkelijke architectuur verdringen en draagt, net als rolluiken, bij tot een beeld van verloedering en daarmee van economische achteruitgang.Andersom kan een zorgvuldige reclamevoering, als een stuwende kracht, de economie bevorderen. Ze werkt omzet verhogend, wat gunstig is voor het bedrijfsleven en de middenstand, maar, in de vorm van werkgelegenheid, ook voor de gemeente. Daarom zal het fraaier en doelmatiger resultaat, Ondanks eventuele hogere kosten, zich vele malen zelf terug verdienen. Hierbij moet de volgende opmerking worden gemaakt: in het spanningsveld tussen prijsstelling en visuele kwaliteiten gaat het laatste al te vaak ten koste van het eerste. Met andere woorden: het goedkoopste prevaleert. Toch heeft de vormgever de opdracht te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Hij dient daarom een ontwerp te maken waarbij de aan te brengen reclame wordt geïntegreerd in de architectuur van het pand en de omgeving. De vormgevers moeten dus in de ontwerpfase al rekening houden met de plaats en de vorm van de reclames op en aan de gebouwen. De Welstandscommissie zal hier nadrukkelijk op wijzen.Een apart onderwerp zijn de reclames in de vorm van sandwichborden, die door winkeliers op het trottoir worden geplaatst. Deze borden vormen maar al te vaak een obstakel voor de voetgangers en belemmeren de doorstroming over het trottoir. Hoewel dit meer een verkeerskwestie is, zitten ook hieraan enige aspecten voor welstandszorg. Een overdaad aan sandwichborden schaadt de visuele kwaliteit van het winkelgebied en doet een aanslag op de kwaliteit van de Openbare ruimte.<vet>Juridische aspecten</vet>In de Algemene plaatselijke verordening Urk (APV) is bepaald dat aan een gebouw geen zaken mogen worden bevestigd die boven de weg draaien of uitsteken. Burgemeester en Wethouders kunnen hiervan ontheffing verlenen (artikel C23 APV). Ook is het verboden, zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders, op of aan de weg commerciële reclame te maken door middel van onder andere borden en doeken.<vet>Criteria reclames</vet>•Reclame moet optimaal worden afgestemd op de architectuur van het gebouw en moet passen in het straat- en dorpsbeeld. Als het aanbrengen van reclame plaatsvindt als onderdeel van nieuwbouw of van een verbouwingsplan van de gevel, verdient het aanbeveling om de reclame in het bouwplan te integreren. •Er moet een direct verband zijn tussen de reclame en de activiteiten die in het pand danwel op het perceel worden uitgeoefend. •Knipperende, bewegende en reflecterende reclames zijn in beginsel niet toegestaan. •Reclames op daken zijn niet toegestaan, tenzij de ruimtelijke omgeving dit aanvaardbaar maakt en/of indien het naamsaanduidingen betreft op grote, in de regel vrijstaande gebouwen (hotels, kantoren, en bedrijfsgebouwen). •Het aantal, de grootte en soort van de per gebouw toelaatbare reclames is afhankelijk van de afmetingen, schaal, de architectuur en de aard van het gebouw, alsmede van het prohel en de breedte van de straat, danwel van de ruimtelijke omgeving. •Reclames die vlak tegen de gevel worden aangebracht, mogen in beginsel niet hoger worden geplaatst dan de scheiding van de begane grond en de eerste verdieping, danwel de onderkant van de raamdorpels van de eerste verdieping. Voorts mogen deze reclames niet over de volle breedte van de gevel worden aangebracht. •Reclames die loodrecht op het gevelvlak worden aangebracht mogen in beginsel niet hoger worden geplaatst dan de scheiding van de begane grond en de eerste verdieping, danwel de onderkant van de raamdorpels van de eerste verdieping. •Reclames die aan de binnenzijde van etalages of van ramen worden aangebracht, maar die zich richten tot- en/of zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, moeten zijn afgestemd op de architectuur van het gebouw en passen in de omgeving. Ruiten dienen niet geheel of grotendeels te worden dichtgeplakt met reclames. •Een huisstijl van een onderneming en/of een gestandaardiseerde reclame worden niet per definitie afgewezen maar deze huisstijl moet optimaal worden afgestemd op de afmetingen, schaal, de architectuur en de aard van het gebouw en de omgeving. Dominantie van de huisstijl over de totale gevel, of over de totale gevel van de begane grond, is niet toegestaan. •Reclames moeten niet alleen goed worden afgestemd op de architectuur van het gebouw en passen in de omgeving, maar moeten ook een eigen kwaliteit hebben. Criteria waaraan reclames op zichzelf worden getoetst zijn: vormgeving, maatvoering typografie, kleurstelling, lay-out, materiaal gebruik en wijze van plaatsing. •Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaats vinden respectievelijk worden verkocht. •Indien er een afbakening is tussen de onderbouw en het bovenste van de gevel, bijvoorbeeld door een luifel, dan vormt deze afbakening de uiterste plaats van de reclame. •Reclame op luifels mag niet hoger zijn dan de halve borstweringshoogte boven de luifel, met een totale hoogte van 0.40 meter. •Reclame moet qua afmetingen passen binnen de contouren van het gebouw. •Horizontale reclames hebben maximaal een lengte van één derde deel van de gevelbreedte. •Loodrecht op de gevelstaande moeten afgestemd zijn op de schaal van de gevel en worden in het verlengde van het vroegere uitgangsbord. •Loodrecht op de gevel staande reclames mogen het zicht op andere panden, gezien in de langsrichting van de weg, niet belemmeren. •Loodrecht op de gevel staande reclame is niet hoger dan 0.50 meter en steekt niet meer dan 0.80 meter uit de gevel. •Aan de voorgevel: reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij vorm, maatvoering, detailleringen en kleur zijn afgestemd op en harmoniëren met de oorspronkelijke gevel. •Aan de voorgevel: de aanwezige samenhangende ritmiek mag niet worden verstoord. •Reclame-uitingen waar mogelijk integreren in de architectuur en beperken tot het hoogst noodzakelijke. •Grote reclame-uitingen dienen een architectonisch onderdeel te vormen van de totale compositie van de gevel. •Geen mechanisch bewegende delen. •Geen lichtcouranten of bewegende lichtobjecten en/of lichtreclame. •Geen daglichtreflecterende reclame.Bovenstaande criteria gelden voor reclames in het algemeen, ongeacht gebied waar de reclames zullen worden aangebracht. Er zijn gebieden de gemeente waar, gelet op de stedenbouwkundige, architectonische en/of monumentale kwaliteiten, naast bovenstaande algemene criteria specifieke criteria noodzakelijk kunnen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de oude dorpskern. Er zijn ook gebieden waar bovenstaande criteria altijd onverkort worden toegepast, zoals bedrijventerreinen.<vet>Specifieke criteria reclames</vet>Voor onderstaande gebieden gelden volgende specifieke criteria:Oude dorpskern•Wanneer in bestaande historische architectuur reeds specifieke reclame mogelijkheden aanwezig zijn, zoals koofborden en reclamevel- den, dan is dat de aangewezen plaats voor reclames. •Als het aanbrengen van reclame plaats vindt als onderdeel van een nieuwbouw- of verbouwplan, kan worden geëist dat de reclames volledig worden geïntegreerd in het totale architectonische ontwerp. Bij bestaande gebouwen met grote architectonische en/of monumentale kwaliteiten dient zeer terughoudend reclame te worden toegepast en kan worden geëist dat er slechts losse letters in het vlak van de gevel worden toegepast, eventueel in combinatie met kleine (licht)reclames haaks op de gevel.<vet>Winkelgebieden</vet>Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:•Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaats vinden respectievelijk worden verkocht. •Maximaal één reclame-uiting tegen de gevel en één reclame-uiting loodrecht op de gevel. •Plaatsing loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel. •Geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsfunctie zonder publieksfunctie. <vet>Woonwijken</vet>Er bestaat geen relatie tussen woonmilieu en reclame-uitingen, tenzij sprake is van een buurtwinkel of bedrijfsvoering aan huis. Een reclame-uiting op het erf, aan de voorgevel, zijgevel of de achtergevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:•In gebieden met een overwegende woonfunctie dient reclame zeer terughoudend te worden toegepast. •Voor woningen met praktijk-aan-huis is een beperkte onverlichte naams- of beroepsaanduiding toegestaan. •Aan een buurtwinkel is een beperkte verlichte reclame-uiting toegestaan mits die niet hinderlijk is voor de omgeving. <vet>Bedrijventerreinen</vet>Bedrijventerreinen zijn minder gevoelig dan bijvoorbeeld een beschermd dorpsgezicht. Dit betekent niet dat welstandstoetsing hier niet van belang is, Het verdient aanbeveling te streven naar een centrale aanduiding als bewegwijzering, bijvoorbeeld bij de ingang(en) van een bedrijventerrein.•Gelet op de schaal, de aard van de gebouwen en van de omgeving kan worden afgeweken van de algemene criteria. •Teneinde een geïntegreerd ontwerp te krijgen zou de architect in een vroeg stadium moeten aangeven waar de geschikte plaats en vorm van reclames in zijn ontwerp is en hierover contact opnemen met het reclamebureau. •De reclame-uitingen op bedrijfspanden harmonieert met de architectuur van het pand. <vet>Sportterrein en landelijke gebied</vet>In deze gebieden zijn geen reclame- uitingen mogelijk. Voor sportcomplexen wordt een uitzondering gemaakt ten behoeve van (sponsor) reclame. Een reclame-uiting voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan:•Reclame-uitingen op het sportcomplex dienen op het complex gericht te zijn. •Reclame-uitingen op sportcomplexen zijn voorzover mogelijk niet zichtbaar vanaf de openbare weg. <vet>Reclame-uitingen los van de gevel</vet>Een reclame-uiting ton van de gevel voldoet in ieder gevat aan redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande criteria wordt voldaan.•Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht. •Maximaal één reclame-uiting per erf. •Plaatsing bij de entree van het erf of op een parkeerplaats •Geen reclame-uitingen die het uitzicht op de Openbare ruimte of het open landschap ernstig belemmeren. •Reclame-uiting als zelfstandig element normgenen, waarbij de maatvoering en detailleringen zijn afgestemd op en harmoniëren met het hoofdgebouw. •Reclame beperken tot het hoogst noodzakelijke. •Geen mechanisch bewegende delen. •Geen lichtcouranten of bewegende lichtobjecten en/of lichtreclame. •Geen daglichtreflecterende reclame.

Rechtspraak bij dit artikel