Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Bijgebouwen en overkappingen

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Omschrijving en uitgangspunten</vet>Een bijgebouw of overkapping is een grondgebonden gebouw van één bouwlaag. ben bijgebouw staat los op het erf van het hoofdgebouw en is meestal bedoeld als schuur, tuinhuis, of garage. De overkapping staat los op het erf of tegen het hoofdgebouw aan en is meestal bedoeld als carport of luifel boven een deur of raampartij. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en minimale afmetingen. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een bijgebouw of overkapping aan de achterkant (achtererf of zijerf als deze niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen).De gemeente streeft in principe naar een bescheiden uiterlijk van de bijgebouwen en overkappingen: materialen en kleuren van gevels en dak- vlakken afgestemd op die van het hoofdgebouw, eenvoudige kapvorm en geen onnodig grote dakoverstekken of versieringen. Bijgebouwen moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het oorspronkelijke hoofdgebouw en afgestemd worden op het karakter van het hoofdgebouw of de erfinrichting. Bijgebouwen of overkappingen die contrasteren met het hoofdgebouw zullen altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.<vet>Welstandcriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de voorkant</vet>Een bijgebouw of overkapping aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een bijgebouw of overkapping niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. to geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.Een bijgebouw of overkapping op het voorerf is altijd van grote invloed op het straatbeeld. Deze bijgebouwen of overkappingen zullen dan ook altijd aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.<vet>algemeen:</vet>•Bijgebouw of overkapping voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •Geen secundaire overkapping (bijvoorbeeld aan een reeds bestaande aan-, uitbouw of bijgebouw) <vet>plaatsing en aantal:</vet>•Geen bijgebouw of overkapping op het voorerf (voor advies naar de Welstandscommissie) •Afstand tot voorgevellijn minimaal 3.00 meter tenzij het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden biedt. •Afstand tot erfgrens minimaal 0.50 meter (achter erfafscheiding) tenzij bijgebouw wat betreft materialisering is geïntegreerd in erfafscheiding (bijvoorbeeld beide metselwerk) •Niet meer dan twee bijgebouwen en! of overkappingen op het gehele erf. <vet>maatvoering:</vet>•Hoogte maximaal 2.70 meter gemeten vanaf het aansluitend terrein. •Oppervlakte maximaal 20 m2 tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd. <vet>vormgeving:</vet>•Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekig plattegrond •Overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open en plat afgedekt. <vet>materiaal en kleurgebruik:</vet>•Materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw of afgestemd op •Tuinkarakter (metselwerk of hout). Geen golfplaat, betonplaten of damwandprofielen. •Bij integratie met erfafscheiding materiaal en kleurgebruik gelijk aan erfafscheiding. •Bijgebouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak.Welstandscriteria voor bijgebouwen en overkappingen aan de achterkant bijgebouw of overkapping aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande sneltoetscriteria wordt voldaan. Voldoet een bijgebouw of overkapping niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toetsbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.<vet>algemeen:</vet>•Bijgebouw of overkapping voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied maar deze geplaatst gaat worden. •Geen secundaire overkapping (bijvoorbeeld aan een reeds bestaande aan-, uitbouw of bijgebouw) plaatsing en aantal:•Afstand van tot voorgevellijn minimaal 3.00 meter tenzij het bestemmingsplan ruimere mogelijkheden biedt. •Afstand tot erfgrens minimaal 1.00 meter (achter erfafscheiding( tenzij bijgebouw wat betreft materialisering is geïntegreerd in erfafscheiding (bijvoorbeeld beide metselwerk). •Niet meer dan twee bijgebouwen en overkappingen op het gehele erf.<vet>maatvoering</vet>:•Hoogte maximaal 3.25 meter gemeten vanaf het aansluitend terrein. •Bij toepassing van kap goothoogte minimaal 2.70 meter en nokhoogte maximaal 5.00 meter gemeten vanaf het aansluitend terrein. •Oppervlakte maximaal 30 m tot in totaal maximaal 50% van het oorspronkelijk achter- of zijerf is bebouwd.<vet>vormgeving</vet>:•Vormgegeven in één bouwlaag met een rechthoekig plattegrond. •Overkapping met maximaal twee zijden tegen gevels hoofdgebouw en minimaal aan twee zijden open. Plat afgedekt of desgewenst een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -hellingen nokrichting. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en prof eten van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. •Geen overmaat aan detailleringen, duo bescheiden oxerstek, boei- boord en ornamenten.<vet>materiaal en kleurgebruik</vet>:•Materiaal en kleur gevels, kozijnen en profielen gelijk aan het hoofdgebouw of afgestemd op tuinkarakter (metselwerk of hout(. Geen golfplaat, betonplaten of damwandprof leien. •Bijgebouw bestaat uit minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak.

Rechtspraak bij dit artikel