Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Dakkapellen

Onderdeel van Welstandsnota 2004

<vet>Omschrijving en uitgangspunten</vet>Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de licht- toetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld zeer bepalend. De voorkeur gaat daarom uit naar een dakkapel aan de achterkant op het achterzijdakvlak als het zijerf of- gevel niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen).Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dak- vlak. Het plaatsen van een dakkapel mag dus niet ten koste gaan van de karakteristiek van de kapvorm. Daarom mag een dakkapel nooit domineren in het silhouet van het dak moet de noklijn van het dak, afhankelijk van straatprofiel, vanaf de weg zichtbaar blijven. Bovendien moet de ruimte tussen dakkapel en goot voldoende zijn. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dak- vlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok (van dezelfde architectuur/bouwstijl) kun rust en samenhang brengen.In plaats van een dakkapel kunnen ook dakramen worden aangebracht. Deze zijn minder dominant in het straatbeeld. Ook voor dakramen geldt het streven naar herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn.<vet>Welstandscriteria voor dakkapellen aan de voorkant</vet>Een dakkapel aan de voorkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande welstandscriteria wordt voldaan. Voldoet een dakkapel niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.<vet>algemeen:</vet>•Een dakkapel voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •De dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok, mits de gemeente ervoor gekozen heeft om een eerder geplaatste dakkapel als trend- setter aan te wijzen. •De dakkapel ineen ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. •Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw. <vet>Plaatsing en aantal:</vet>•Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rang- schikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt. •Bij individuele hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding voorgevel. •Minimaal 1.00 meter dakvlak boven en ter weerszijden van de dakkapel, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van dakkapel). •Afstand tot goot minimaal 0.50 meter en maximaal 1.00 meter. •Niet meer dan één dakkapel per woning op het betreffende dak- vlak. <vet>maatvoering:</vet>•Hoogte maximaal 50% van dein het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.25 meter gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. •Breedte in totaal maximaal 30% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 2.00 meter gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel).<vet>vormgeving:</vet>•Plat afgedekt. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw. •Geen overmaat aan detailleringen, dus geen overstek, boeiboord en ornamenten.<vet>materiaal en kleurgebruik</vet>:•Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. •Geen toepassing van dichte panelen in het voorvlak; bij binnenwanden eventueel een ‘dubbele stijl toepassen. •Zijwanden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak.<vet>Welstandscriteria voor dakkapellen aan de achterkant</vet>Een dakkapel aan de achterkant is niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan onderstaande welstandscriteria wordt voldaan. Voldoet een dakkapel niet daaraan of is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel aan de toepasbaarheid van de sneltoetscriteria dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de Welstandscommissie worden voorgelegd. In geval van een beschermd monument of een beschermd stads- of dorpsgezicht zal altijd de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.<vet>algemeen</vet>:•Bijgebouw of overkapping voldoet aan het gebiedsgerichte beoordelingskader van het gebied waar deze geplaatst gaat worden. •De dakkapel is gelijkvormig aan eerder geplaatste dakkapellen op het betreffende dakvlak van het bouwblok. •De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw.<vet>plaatsing en aantal:</vet>BBij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt. •Bij individuele woning/pand gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding achtergevel. •Minimaal 0.50 meter dakvlak boven en ter weerszijden van de dakkapel, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel). •Afstand tot goot minimaal 0.50 meter en maximaal 1.00 meter. •Bij meerdere dakkapellen/dakramen een tussenruimte van minimaal 1.00 meter. •Maximaal twee dakkapellen per woning op het betreffende dak- vlak; deze dienen gelijkvormig aan elkaar te zijn. <vet>maatvoering</vet>:•Hoogte maximaal 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1.65 meter gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim. •Breedte in totaal maximaal 50% van de breedte van het dakvlak met een maximum van 3.00 meter gemeten tussen midden woningscheidende bouwmuren of eindgevels gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/dakvoet van de dakkapel).<vet>vormgeving</vet>:•Plat afgedekt of, bij een dakhelling groter dan 45° desgewenst een aangekapte dakkapel met een minimale dakhelling van 25°. •Gevelgeleding gelijk aan de gevelgeleding van hoofdgebouw. •Indeling en profielen van kozijnen gelijk aan die van de gevelramen en kozijnen van hoofdgebouw •Geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden overstek, boeiboord en ornamenten. <vet>materiaal en kleurgebruik:</vet>•Materiaal- en kleurgebruik gevels, kozi1nen en profielen gelijk aan gevels, kozijnen en profielen hoofdgebouw. •Materiaal- en kleurgebruik van kap bij aangekapte dakkapel gelijk aan kap hoofdgebouw. •Voorvlak grotendeels gevuld met glas, beperkte toepassing van dichte panelen. •Zijwanden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak. <vet>Aanvullende criteria voor dakkapellen per kapvorm</vet>Bij een aantal afwijkende kapnormen zijn naast bovenstaande sneltoetscriteria voor de voor- en achterkant een aantal aanvullende welstandcriteria van toepassing. In geval van combinaties van verschillende dakvormen zal door de Welstandscommissie per situatie een afweging gemaakt worden van de toelaatbare uitbreidingen.<vet>Zadeldak met hellingshoek &amp;lt; 30</vet>° Soms geeft een zadeldak door de flauwe helling weinig tot geen gelegenheid om een dakkapel toe te passen. Door de flauwe helling wordt de bovenzijde van de dakkapel namelijk (nagenoeg) gelijk met de nok. Hierdoor worden het dakvlak en het silhouet te sterk aangetast, daarom is het plaatsen van een dakkapel op een zadeldak met een helling kleiner dan 30° welstandshalve ongewenst. Een reguliere dakkapel is hier dus niet goed mogelijk. Sneltoetscriteria voor dakkapellen zijn hier niet van toepassing; plaatsing zal door de Welstandscommissie worden getoetst op redelijke eisen van welstand. Als de vrije hoogte onder de nok tenminste 2.00 meter bedraagt kan soms een oplossing worden gevonden door de nok te verplaatsen en te verhogen. Dan spreken we van een dakopbouw. Plaatsing valt dan onder een reguliere vergunningprocedure en zal door de Welstandscommissie worden getoetst op redelijke eisen van welstand.<vet>Zadeldak met hellingshoek >30°</vet>De algemene sneltoetscriteria voor dakkapellen zijn hier van toepassing Hiervoor gelden dus geen aanvullende sneltoetscriteria.<vet>Zadeldak met wolfseind</vet>De beperkte maat van het wolfseind is ongeschikt voor toevoegingen. De zijdevlakken zijn hiervoor meer geschikt en dienen behandeld te worden als het zadeldak. Hierbij dienen de wolfseinden gerespecteerd te worden.<vet>Zadeldak met vliering</vet>De basismaat van de vliering is te gering om een dakkapel te realiseren. Plaatsing hoog in het dakvlak geeft een onevenwichtig beeld. Bij deze dakvorm dus geen dakkapellen hoog in het dakvlak.<vet>Schild-, tent- of piramidedak</vet>Het karakter van deze kapvormen, mat naar de nok toelopende hoekkepers, vereist een zeer beperkte afmeting van de dakkapel. Bij situering van de dakkapel dient respect te zijn voor de hoekkepers en moet minimaal één meter dakvlak vrij te blijven, gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel.<vet>Mansardodak</vet>Een daktoevoeging aan de achterkant is toegestaan in het onderste deel van het dakvlak. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen een schuin afgedekte dakkapel en een dakkapel met plat dak, In beide gevallen dient de bonenaansluiting met het dakvlak op de knik van het dakvlak plaatste vinden.<vet>Lessenaardak</vet>Voor dakkapellen op lessenaardaken gelden dezelfde uitgangspunten als voor zadeldaken. Afhankelijk van de hoek van het dak en de nok- en goothoogte gelden verschillende regels. Wanneer de hoek kleiner is dan 30° is een dakkapel welstandshalve niet wenselijk.<vet>Asymmetrisch dak</vet>Een dakkapel hoog in het dakvlak geeft bij een asymmetrisch dakvlak een onevenwichtig beeld en in welstandshalve niet gewenst. Het advies hierin omzetten naar het andere dak- vlak, In het algemeen worden dakkapellen onder in het dakvlak toegepast. Door de grootte van het dakvlak ontstaat hiermede een goed en evenwichtig beeld.

Rechtspraak bij dit artikel