<vet>Omschrijving en uitgangspunten</vet>In sommige gevallen is door de geringe hoogte van de kapverdieping het plaatsen van een dakkapel niet mogelijk omdat de stahoogte onder de dakkapel te gering zou zijn. In dit geval wordt vaak één van beide dak- vlakken verlengd zodat er ter plaatse van de dakopbouw een nieuwe (hogere) nokhoogte wordt geïntroduceerd.Hoewel een dergelijke oplossing in het algemeen geen bijdrage levert aan een positieve ruimtelijke ontwikkeling biedt het wel soelaas bil ruimtegebrek. Dergelijke dakopbouwen zijn aanvaardbaar met inachtneming van de ambtelijke toetsingscriteria voor een dakopbouw. Alle overige vormen van opbouwen van daken alsmede dakopbouwen aan een monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 of een monument als bedoeld in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening, of in een beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet 1988 vallen buiten deze richtlijn en zijn regulier vergunningplichtig en moeten per geval door de Welstandscommissie worden beoordeeld. Een dakopbouw is nooit vergunningsvrij.<vet>Standaardplan</vet>Een dakopbouw voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als deze identiek is aan een voor het betreffende bouwblok of in de betreffende straat eerder als zodanig door de Welstandscommissie goedgekeurd standaardplan. Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de afdeling Bouwen, Wonen en Milieu van de gemeente Urk.<vet>Welstandscriteria voor dakopbouwen</vet>Als er geen standaardplan is, voldoet een dakopbouw op het achterdakvlak in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als wordt voldaan aan onderstaande criteria;<vet>Maat en plaats</vet>•Per dakvlak of gevelbreedte in slechts één dakopbouw toegestaan. •Bestaande dakhelling handhaven. •Afstand tot de kopgevel weer dan 1.20 meter. •De verhoging bedraagt niet meer dan 30% van de oorspronkelijke kaphoogte, loodrecht gemeten tussen bestaande goot- en nokhoogte, met een maximum hoogte van 0.90 meter •Aan de onderzijde van de dakopbouw moet minimaal 1 meter overblijven. •Dakopbouwen op mansardekappen worden voorgelegd aan de Welstandscommissie. •Ingeval van een tussenwoning kan de ene zijde op de bouwwuur worden geplaatst terwijl de andere zijde minimaal 0.75 meter los moet blijven. Dit om koppeling van maximaal twee dakopbouwen mogelijk te maken. •De afstand van een dakopbouw van van een dakopbouw tot een hoek- of kilkeper bedraagt minimaal 1 meter. •De glasopeningen bevinden zich aan de achtertuinzijde, zodat de dakopbouw zo min mogelijk zichtbaar is vanaf de straatzijde. <vet>Architectonische uitwerking</vet>•Materiaal- en kleurgebruik sluiten aan bij de rest van het pand. •De dakopbouw wordt afgestemd op de beeldbepalende kozijnen in de onderbouw. •De hoogte in breedte van de vensters hebben per verdieping een aflopende maat. •Maatverhoudingen zijn gerelateerd aan de vensters in ondergevel. •Verticalen in de dakopbouw lijnen aan de verticalen in de ondergevel. •Zijwangen zijn Ondoorzichtig. •Zijwangen en constructie in gedekte kleur. •Geen blinde panelen tussen dak- vlak en ramen van de dakkapel.