Naar hoofdinhoud
1. De koper verplicht zich het gekochte te bebouwen overeenkomstig het door de Gemeente goed te keuren bouwplan. De aanvraag voor een bouwvergunning moet geschieden binnen zes maanden na het gemeentelijke besluit tot verkoop door middel van de bij de Gemeente verkrijgbare aanvraagformulieren, één en ander in overeenstemming met het ter zake bepaalde in de Bouwverordening. Mocht op deze aanvraag afwijzend worden beslist, dan moet binnen twee maanden na de datum van het weigeringsbesluit een zodanig gewijzigde aanvraag worden ingediend, dat daarop wel een bouwvergunning kan worden verleend. 2. De koper verplicht zich er voor te zorgen, dat binnen zes maanden na dagtekening van de bouwvergunning met de te stichten bebouwing wordt aangevangen en dat deze bebouwing binnen achttien maanden na dagtekening van de bouwvergunning gereed is. Onder “aanvangen met de bebouwing” wordt verstaan: het heien van de palen of andere betonwerkzaamheden voor de fundering. Onder “gereed zijn van de bebouwing” wordt verstaan: het glas- en waterdicht zijn van de bebouwing. Voor de duur dat de grond nog niet is bebouwd, dient de koper er voor zorg te dragen, dat het terrein in goede staat verkeert en wordt onderhouden, zulks ten genoegen van Burgemeester en Wethouders. 3. In bijzondere gevallen ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders - kan genoemd College op een tijdig daartoe strekkend schriftelijk verzoek van belanghebbende de in lid 2 genoemde termijnen verlengen. 4. Het is de koper niet toegestaan het verkochte geheel of gedeeltelijk te vervreemden of aan anderen dan de bouwende aannemers in gebruik te geven, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders, tenzij de bebouwing is voltooid. Aan de toestemming kunnen voorwaarden verbonden worden. 5. Het bepaalde in lid 4 is niet van toepassing ingeval van executoriale verkoop en van verkoop op grond van artikel 3:174 van het Burgerlijk Wetboek. 6. De in lid 4 bedoelde toestemming wordt geacht te zijn verleend als de overdracht van de onderhavige grond geschiedt ter uitvoering van een tussen de in de verkoopovereenkomst genoemde koper en diens wederpartij (en) gesloten koop/aannemingsovereenkomst, waarbij genoemde koper zich tegenover die wederpartij verplicht de in de koop-/aannemingsovereenkomst genoemde en in de daarbij vermelde tekening nader gedetailleerde opstal(len) te bouwen. 7. Het in lid 6 gestelde geldt uitsluitend voor de in de verkoopovereenkomst genoemde kopers en gaat niet over op hun rechtsopvolgers. 8. De wederpartij is verplicht binnen een door de Gemeente te bepalen termijn tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstal(len) over te gaan, indien deze door welke oorzaak ook zijn teniet gegaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel