De voor het godsdienst of humanistisch vormingsonderwijs aangewezen leerkrachten onthouden zich ervan iets te onderwijzen, dat strijdig is met de eerbied, verschuldigd aan de overtuiging van andersdenkenden en gedragen zich overigens naar de aanwijzingen door de directeur van de school te geven. Zij verstrekken de directeur alle gewenste inlichtingen.