Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 1 bedoelde tegemoetkoming bedraagt per lesuur van ten minste 45 minuten, een bedrag gebaseerd op 75% van het aanvangssalaris van een vakleerkracht (schaal 6, BBRA 1984). Het subsidiebedrag per lesuur wordt berekend aan de hand van de volgende formule: - Y = 75% [b (3/l3 (a x 1,08): 38,61)], waarbij: - Y = subsidiebedrag per uur a = schaalbedrag b = 1,15, zijnde   de werktijd gerekend naar 65% lestijd en 35% niet lesgebonden   activiteiten bij een lesuur van 45 minuten. 2.. Als datum voor de berekeningsgrondslag wordt aangehouden 1 augustus van het jaar, waarin het cursusjaar aanvangt. 3.. De tegemoetkoming wordt slechts verleend, indien de les door ten minste 12 leerlingen is be­zocht, met dien verstande, dat aan iedere leerling slechts eenmaal per week onderwijs, als be­doeld in deze verordening, mag worden gegeven. Leerlingen die wegens ziekte of andere gewichtige reden verhinderd zijn de lessen bij te wonen, kunnen worden meegerekend, indien zij naar het oordeel van burgemeester en wethouders ge­acht kunnen worden regelmatig aan dit onderwijs deel te nemen. 4.. In zeer bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het in het derde lid bepaalde minimumaantal van 12 leerlingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel