In deze verordening wordt verstaan onder:
- - gemeente: gemeente Bergen;
- - de raad: de gemeenteraad van Bergen;
- - het college: het college van Bergen;
- - de Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
- - bcf: beleidsgestuurde contractfinanciering;
- - beroepskracht: de persoon die als werknemer in loondienst is bij het bestuur van een instelling, die optreedt als werkgever;
- - effectmeting: het bepalen in welke mate de gesubsidieerde activiteiten c.q. producten hebben bijgedragen aan het beoogde maatschappelijke effect c.q. doelstelling;
- - indexering: het percentage wat gehanteerd wordt voor de subsidietoename;
- - berekeningsbasis: het bedrag waarop de indexering wordt toegepast;
- - instelling: de rechtspersoon, die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk producten, prestaties en/of activiteiten te verrichten ten behoeve van de ingezetenen van de gemeente;
- - kalenderjaar: het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, lopende van 1 januari tot en met 31 december;
- - prestatie-indicatoren: meten de kwaliteit en/of kwantiteit van het handelen van de gemeente op grond waarvan beoordeeld kan worden of de doelstelling is gehaald;
- - subsidieprogramma: een jaarlijks door het college vastgesteld overzicht van te verlenen structurele en mogelijke incidentele subsidies;
- - subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;
- - toeslagcalculatie: methode waarbij de directe kosten worden verhoogd met een toeslag voor indirecte kosten;
- - uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van Awb tussen het college en de subsidieontvanger, waarin afspraken zijn opgenomen die worden uitgevoerd in relatie tot het subsidiebedrag dat voor een vastgesteld tijdvak is verleend;