Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Indeling in categorieën

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011

De gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, worden in twee hoofdcategorieën onderscheiden. Hierbij is de ernst van de gedraging het onderscheidend criterium. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging concretere gevolgen heeft voor het niet verkrijgen of behouden van betaalde arbeid. De gedragingen die in dit artikel worden genoemd zijn niet heel concreet omschreven. De reden hiervoor is dat de IOAW/IOAZ volstaat met een algemene omschrijving van de plicht tot arbeidsinschakeling. De concrete invulling van de verplichtingen dient zoveel mogelijk te worden afgestemd op de mogelijkheden van de individuele uitkeringsgerechtigde. De eerste categorie omvat gedragingen die betrekking hebben op een breed scala van verplichtingen die in het kader van de arbeidsinschakeling kunnen worden opgelegd, zoals: -het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; -het zich niet inschrijven bij uitzendbureaus; (Het belang van deze verplichtingen kan individueel worden afgewogen, naar de mate waarin het, naar het oordeel van het college, voor de belanghebbende van belang is voor zijn inschakeling op de arbeidsmarkt.) -het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; (Het gaat hierbij om een aantoonbaar actieve opstelling op de arbeidsmarkt, de eigen verantwoordelijkheid om bijvoorbeeld voldoende te solliciteren en te voldoen aan een oproep.) -het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; hieronder wordt mede begrepen het zonder geldige reden niet verschijnen op een afspraak bij de afdeling sociale zaken of bij een re-integratiebedrijf; -gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren; hieronder wordt onder andere begrepen gedragingen die direct een aanleiding vormen tot een beroep op bijstand of het zonder noodzaak langer voortduren daarvan. Het gaat hier om het stellen van niet verantwoorde beperkingen ten aanzien van de aanvaardbare arbeid en om gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling verminderen. Voorbeelden van deze categorie zijn negatieve gedragingen bij sollicitaties en onvoldoende meewerken aan het opgesteld trajectplan waaronder ook sociale activering verplicht kan worden gesteld. -Het niet of onvoldoende gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Ook het niet of onvoldoende meewerken aan een inburgeringsprogramma in het kader van de Wet inburgering nieuwkomers of anderszins, valt onder deze categorie. -het niet ondertekenen van een trajectplan. Deze verplichting geldt uiteraard alleen als beslist is dat de uitkeringsgerechtigde een trajectplan moet ondertekenen; De tweede categorie betreft het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid alsmede door eigen toedoen voorafgaand aan de aanvraag algemeen geaccepteerde arbeid niet behouden dan wel tijdens de bijstand deeltijdarbeid niet behouden.

Rechtspraak bij dit artikel