Deze bepaling bevat de standaardverlagingen voor de categorieën van gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Zoals in artikel 2, tweede lid is beschreven, kan altijd een afwijking van de standaardverlaging naar boven (behalve bij 100%) of naar beneden worden toegepast, mits goed gemotiveerd.
Bij het vaststellen van afwijkende percentages waarmee de bijstand wordt verlaagd, moeten de volgende vragen worden beantwoord:
In hoeverre voldoet de beoogde verlaging van de uitkering aan de eisen van proportionaliteit en evenredigheid als de betreffende gedraging in ogenschouw wordt genomen?
In hoeverre zal het opleggen van de verlaging effectief zijn, in de zin dat de verlaging de beoogde gedragsverandering bij de bijstandsgerechtigde zal bewerkstelligen?
Hoofdstuk 2
Artikel 11
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011