Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met of zonder gevolgen voor de bijstand

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011

Eerste lid In artikel 13, eerste lid, IOAW/IOAZ is bepaald dat belanghebbende op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Onder ‘onverwijld’ wordt verstaan: Voor inlichtingen op verzoek: binnen de door het college gestelde termijn. Voor overige inlichtingen: zo spoedig mogelijk en schriftelijk. Indien er een verplichting is tot het inleveren van Rechtmatigheidsonderzoeksformulieren (ROF), dan wordt onder zo spoedig mogelijk verstaan: uiterlijk op het ROF van de betreffende maand. De ernst van de gedraging komt tot uitdrukking in de hoogte van het benadelingsbedrag. Dat is het door de gemeente te veel betaalde bedrag aan uitkering. Tweede lid De verlaging wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 13, eerste lid van de IOAW/IOAZ wordt afhankelijk gesteld van de hoogte van het bedrag aan uitkering dat als gevolg van de schending van die verplichting ten onrechte of te veel aan de belanghebbende is betaald. Derde lid Om te voorkomen dat bij beëindiging van de uitkering voordeel ontstaat als gevolg van de schending van de inlichtingenplicht wordt in die situaties een verlaging met terugwerkende kracht opgelegd. De reden van de beëindiging hoeft niet noodzakelijk het gevolg te zijn van de schending van de inlichtingenplicht. De herziening en terugvordering van de uitkering wordt verhoogd met een evenredig percentage als genoemd in lid 2. In het geval dat het recht op uitkering volledig wordt ingetrokken vanaf de ingangsdatum kan geen verlaging met terugwerkende kracht worden opgelegd. In die situaties kan bij eventuele terugkeer in de uitkering binnen één jaar alsnog een verlaging bezien worden. Vierde lid In het vierde lid wordt de zogeheten ‘nulfraude’ geregeld: het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder dat deze gedraging gevolgen heeft voor de hoogte van de bijstand. Een Een voorbeeld van nulfraude is het niet melden van vrijwilligerswerk. Onder de verplichting van artikel 13, eerste lid IOAW/IOAZ wordt tevens begrepen de medewerking die nodig is voor de uitvoering van de wet. Voor overtredingen van deze aard kan, afhankelijk van de situatie, een verlaging of een waarschuwing worden opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel