Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2011

1.. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, als bedoeld in artikel 20, vierde lid IOAW/IOAZ, voor onbepaalde duur een maatregel op indien de belanghebbende door eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid is verloren en: aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. 2.. De hoogte van de verlaging is gelijk aan het door dit bedrag verloren netto inkomen. 3.. Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste die ten hoogste drie maanden bedraagt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel