Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, maar anders dan door gedragingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van deze verordening, wordt de bijstand verlaagd:
met 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien belanghebbende door de gedraging verwijtbaar geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een werknemers verzekering of sociale voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering.
met 100% van de bijstandsnorm of 100% van de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 3 lid 2 gedurende de periode die belanghebbende niet of minder op bijstand zou zijn aangewezen indien belanghebbende van zijn recht op een voorliggende voorziening anders dan bedoeld onder a. gebruik had gemaakt.
met 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien belanghebbende voorafgaande aan de bijstand door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden, dan wel aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid heeft geweigerd.
met 100% van de bijstandsnorm of 100% van de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 3 lid 2 gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien hij op verantwoorde wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken zou hebben aangewend.
met een door burgemeester en wethouders individueel te bepalen percentage van de bijstandsnorm indien het tekortschietend besef van verantwoordelijk geen van de onder a tot en met d genoemde gedragingen betreft.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2011