Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 3

De berekeningsgrondslag

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2011

Eerste lid In dit lid is het uitgangspunt vastgelegd dat een verlaging wordt berekend over de bijstandsnorm. Onder de bijstandsnorm wordt verstaan de wettelijke norm, inclusief gemeentelijke toeslag of verlaging en inclusief vakantietoeslag. In het geval dat de bijstand aanvullend is op andere inkomsten kan de verlaging niet meer bedragen dan hetgeen in de betreffende maand aan bijstand wordt uitgekeerd. De uitvoering van de verlaging wordt in principe niet uitgespreid over een langere periode. Een uitzondering doet zich voor bij de toepassing van artikel 9. Het tweede lid van artikel 9 voorziet in de mogelijkheid om bij samenloop, indien de totale maatregel op meer dan 100% uitkomt, de verlaging tevens op de daaropvolgende maand toe te passen. Tweede lid Onderdeel a: de 18 tot 21-jarigen ontvangen een lage jongerennorm, die indien noodzakelijk wordt aangevuld door middel van aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud. Indien de verlaging alleen op de lage jongerennorm ad € 196,92 (peildatum 01-07-2003) wordt opgelegd, zou dit leiden tot rechtsongelijkheid ten opzichte van de 21-jarigen. Onderdeelb: deze bepaling maakt het mogelijk dat het college in incidentele gevallen een verlaging oplegt over de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag. Er moet dan wel een verband bestaan tussen de gedraging van een belanghebbende en zijn recht op bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel