1.Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of uit artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt de bijstand overeenkomstig deze verordening verlaagd.
2.Een verlaging wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende
de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2011