**1.** Een instelling die structurele subsidie ontvangt kan met
voorafgaande schriftelijke toestemming van het college onder
voorwaarden een voorziening vormen die (mede) is opgebouwd uit
verleende subsidie.
**2.** Een voorziening kan gevormd worden voor toekomstige kosten die
een periode van tenminste twee jaar omvatten en die:
a. niet binnen de jaarlijkse exploitatie of via de
egalisatiereserve opgevangen kunnen worden;
b. nu reeds te voorzien zijn;
c. onvermijdelijk zijn;
d. hun oorzaak in het verleden hebben, en
e. kwantificeerbaar dan wel berekenbaar zijn.
**3.** Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor
reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede
subsidiegelden.
**4.** Een aanvraag voor het vormen van een voorziening bevat een plan
waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen:
het doel van de voorziening;
de onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van
de voorziening;
een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van
en onttrekkingen uit de voorziening.
**5.** Het college kan met betrekking tot de hoogte, de vorming en
onttrekking van de voorziening, voor zover opgebouwd uit
subsidiegeld, alsmede de overlegging van gegevens, nadere regels
vaststellen.
Titeldeel 2 › Paragraaf 3
Artikel 21
Voorzieningen
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Urk 2012