Naar hoofdinhoud

Titeldeel 2 › Paragraaf 3

Artikel 21

Voorzieningen

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Urk 2012

1. Een instelling die structurele subsidie ontvangt kan met voorafgaande schriftelijke toestemming van het college onder voorwaarden een voorziening vormen die (mede) is opgebouwd uit verleende subsidie. 2. Een voorziening kan gevormd worden voor toekomstige kosten die een periode van tenminste twee jaar omvatten en die: a. niet binnen de jaarlijkse exploitatie of via de egalisatiereserve opgevangen kunnen worden; b. nu reeds te voorzien zijn; c. onvermijdelijk zijn; d. hun oorzaak in het verleden hebben, en e. kwantificeerbaar dan wel berekenbaar zijn. 3. Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede subsidiegelden. 4. Een aanvraag voor het vormen van een voorziening bevat een plan waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen: het doel van de voorziening; de onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de voorziening; een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van en onttrekkingen uit de voorziening. 5. Het college kan met betrekking tot de hoogte, de vorming en onttrekking van de voorziening, voor zover opgebouwd uit subsidiegeld, alsmede de overlegging van gegevens, nadere regels vaststellen.

Rechtspraak bij dit artikel