Naar hoofdinhoud

Titeldeel 2 › Paragraaf 3

Artikel 22

Vermogensvorming

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Urk 2012

1.. Voor zover de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming kan het college een vergoeding vragen van de subsidieaanvrager. 2.. De hoogte van de vergoeding is gelijk aan de toename van het vermogen als gevolg van de subsidie. Het college kan een lagere vergoeding vaststellen. 3.. De vergoeding bedoeld in lid 1 is slechts verschuldigd in het geval dat: de subsidieaanvrager voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; de subsidieaanvrager een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; de subsidieverlening of subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. 4.. Van een gebeurtenis als bedoeld in het vorige lid, doet de instelling onverwijld mededeling aan het college. 5.. Het college stelt de vergoeding vast binnen een jaar nadat zij op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel