**1.** Het dagelijks bestuur bestaat uit:a. de voorzitter;b. tenminste vier en ten hoogste zeven leden door het algemeen bestuur aan te wijzen, waarbij elke gemeente door tenminste één lid en ten hooaste twee leden vertegenwoordigd dient te zijn. Van de in de vorige volzin bedoelde leden kunnen ten hoogste twee leden worden aangewezen die geen deel uitmaken van het algemeen bestuur, een en ander met inachtneming van artikel 14, tweede lid van de Wgr. Voor deze leden gelden ook de beperkingen welke zijn vermeld in artikel 7, tweede lid, van deze regeling en het bepaalde daaromtrent in artikel 20 van de Wgr.c. Het algemeen bestuur bepaalt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode voor de duur daarvan het aantal te vervullen plaatsen in het dagelijks bestuur.
**2.** De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.
**3.** Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur binnen twee maanden een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur dan vindt aanwijzing eerst plaats nadat de plaats in het algemeen bestuur opnieuw is bezet, tenzij deze benoeming meer dan drie maanden zou uitblijven.
**4.** Indien langdurige verhindering of ontstentenis van een lid van het dagelijks bestuur verwacht wordt, kan het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur in diens tijdelijke vervanging voorzien.
**5.** Het tijdelijk benoemd lid treedt als zodanig af, zodra degene die hij vervangt de uitoefening van zijn taak hervat.
**6.** De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van het algemeen bestuur.