Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. Medewerker:de ambtenaar op wie de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten van toepassing is.
b. Leidinggevende:de medewerker of bestuurder als bedoeld in artikel 2, lid 2 die verantwoordelijk is voor het voeren van het beoordelingsgesprek met de medewerker.
c. Bedrijfsleider:de ambtenaar die in het functieprofiel van bedrijfsleider is aangesteld
d. Afdelingsmanager:de ambtenaar die in het functieprofiel van manager is aangesteld.
e. Adjunct-directeur:de ambtenaar die in het functieprofiel van adjunct-directeur is aangesteld.
f. Directeur/gemeentesecretaris:de ambtenaar die in het functieprofiel van directeur is aangesteld.
g. Directie:de directie volgens de “Hoofdlijnennota Invoering directiemodel” van 15 maart 2005.
h. Competentiegericht functioneringsgesprek:het gesprek als bedoeld in artikel 2, lid 3.
i. Functieprofiel:een homogeen samenstel van taken en de daaraan gekoppelde competenties, afgeleid uit de doelstelling van de organisatie-eenheid dat de ambtenaar moet verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem is opgedragen.
j. Individuele werkplan:de concrete afspraken tussen de afdelingsmanager en de medewerker, als afgeleide van het afdelingsplan, vastgelegd in het competentiegerichte functioneringsgesprek.