**1.** DE PROCEDURE
1. Met de medewerker die nog niet op het maximumsalaris van de voor hem van toepassing zijnde functieschaal is ingedeeld wordt tenminste eenmaal per kalenderjaar voor 1 november een beoordelingsgesprek gevoerd.
2. Met de medewerker die is ingedeeld op het maximumsalaris van de voor hem van toepassing zijnde functieschaal en voor wie laatstelijk geen “A” of “B”-eindscore is vastgesteld, wordt in ieder geval één keer in de drie jaar voor 1 november een beoordelingsgesprek gevoerd.
3. De gesprekken als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden, zo mogelijk, vooraf gegaan door een competentiegericht functioneringsgesprek.
4. Het beoordelingsgesprek met de medewerker wordt gevoerd door de volgende leidinggevenden:
a. de afdelingsmanager met alle medewerkers van zijn/haar afdeling.
b. de directeur/gemeentesecretaris met de afdelingsmanagers, de adjunct-directeur /adjunct-gemeentesecretaris en de medewerkers van het projectbureau.
c. de portefeuillehouder personeel en organisatie met de directeur/gemeente- secretarise. bij afwezigheid van de leidinggevende wordt het beoordelingsgesprek door diens plaatsvervanger gevoerd aan de hand van het overdrachtsdocument.
5. Het doel van het beoordelingsgesprek is om de leidinggevende een oordeel te laten geven over het functioneren van de medewerker in het algemeen en zijn/haar wijze van functioneren zoals volgens het functieprofiel van de medewerker mag worden vereist, alsmede de door de medewerker behaalde resultaten aan de hand van het individuele werkplan in het bijzonder.
6. Aan de resultaten van een beoordelingsgesprek kunnen rechtspositionele gevolgen worden verbonden.
7. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en het tweede lid kan een beoordelingsgesprek tussentijds plaatsvinden op verzoek van de leidinggevende of de medewerker.
8. Het competentiegerichte functioneringsgesprek en het beoordelingsgesprek vormen tezamen een (jaarlijks) terugkerende gesprekcyclus tussen de leidinggevende en de medewerker. De verantwoordelijkheid voor het (tijdig) plaatsvinden van het beoordelingsgesprek ligt bij de leidinggevende.
9. Bij het beoordelingsgesprek wordt gebruik gemaakt van het formulier, zoals dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd. De beoordeling wordt mede gebaseerd op het door de medewerker te vervullen en vastgestelde functieprofiel. Hierbij wordt rekening gehouden met de duur van het dienstverband.