Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Aanwijzen (categorieën van) vaartuigen

Onderdeel van Nadere regels aanleg- en ligplaatsen 2009

1. Het is de rechthebbende toegestaan met ten hoogste één vaartuig ligplaats in te nemen of daarmee aan te leggen bij een oever behorend bij: het erf van een woning of recreatiewoning; een woonschip; een vaartuig dat wordt gebruikt of is ingericht als (recreatie)woning, daartoe blijvend op dezelfde plaats ligt afgemeerd en is bestemd in het kader van een bestemmingsplan; 2. Het is de rechthebbende op een vaartuig toegestaan bij een oever: aan te leggen met kleine open vaartuigen die zijn gebouwd of aangemerkt om uitsluitend of hoofdzakelijk door spierkracht te worden voortbewogen; ligplaats in te nemen met een vaartuig dat als woonschip is bestemd in het kader van een geldend bestemmingsplan. 3. Het is de rechthebbende op een vaartuig toegestaan ligplaats in te nemen of daarmee aan te leggen bij een oever, met vaartuigen die zijn ingericht of aangemerkt om voor de uitoefening van een bedrijf of dienst of te worden gebruikt, hetzij: tijdelijk gedurende de tijd dat deze vaartuigen in overeenstemming met hun inrichting of bestemming worden gebruikt; en/of permanent op voor deze specifieke vaartuigen bestemde ligplaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel