Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Aanleggen

Onderdeel van Nadere regels aanleg- en ligplaatsen 2009

1. Het is de rechthebbende op een vaartuig toegestaan - gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan - aan te leggen bij een aangewezen oever, of bij een aanlegvoorziening die: onder beheer bij het recreatieschap De Marrekrite is aangebracht; zich aan de zuidzijde van de Tsjonger bevindt in de kadestrook van circa 550 meter vanaf de brug in westelijke richting (langs het Tjongerpad tot aan de “zwaaiplaats”), daarvan uitgezonderd de specifiek aangelegde kano-aanlegsteiger; zich aan de zuidzijde van de Tsjonger bevindt in de kadestrook van circa 125 meter vanaf de brug in oostelijke richting (oostelijk van de Ottersweg) 2. De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op de ingenomen plaats te hebben aangelegd en daar te zijn verbleven, indien het vaartuig wordt aangetroffen op enig tijdstip: in de loop van de eerste van drie dagen of op enig tijdstip na verloop van drie dagen binnen een straal van 500 meter (hemelsbreed gemeten) gerekend vanaf de in het eerst lid bedoelde aanlegplaats; binnen vijf dagen nadat het vaartuig is verplaatst vanaf de in het eerste lid bedoelde aanlegplaats. 3. Het college kan van het gestelde in het eerste lid ontheffing verlenen. 4. Het college kan de ontheffing weigeren in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne, de bescherming van het woon- en leefklimaat, de bescherming van landschappelijke waarden en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel