Onverminderd het verbod in de artikelen 2 en 3 van de “Nadere regels aanleg- en ligplaatsen 2009” is het de rechthebbende op een vaartuig niet toegestaan daarmee op een plaats aan te leggen, indien het college hem schriftelijk heeft meegedeeld, dat zij het - met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen - onaanvaardbaar achten dat de rechthebbende daar nog langer aanlegt.