1. 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de niet-bouwkundige of niet-woontechnische woonvoorziening als bedoeld in artikel 12 onderdeel d van de Verordening wordt vastgesteld op het bedrag vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.
  2. 2. Indien de woonvoorziening als bedoeld in artikel 12 onderdeel d van de Verordening bestaat uit een woningsanering, wordt bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget rekening gehouden met de ouderdom van de te vervangen vloerbedekking en gordijnen. Hierbij wordt een afschrijvingstermijn van 8 jaar gehanteerd.