1. 1. De Rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast;
  2. 2. De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de Rekenkamercommissie rechtstreeks ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad;
  3. 3. Als de raad besluit tot een onderzoeksverzoek aan de Rekenkamercommissie zoals bedoeld in art. 182, tweede lid van de Gemeentewet, dan beargumenteert de raad dit verzoek. De Rekenkamercommissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.