Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de verlaging vastgesteld op: - 10% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie; - 50% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie; - 100% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.